Mandela op de motor

Oost-Kaap (Zuid-Afrika)

De Oranje-rivier waar onze BMW’s over rammelen, is bruin. De naam is ook politíek incorrect en de rivier stroomt nu als de Gariep naar de oceaan. De Afrikaners, afstammelingen van Nederlandse kolonisten, gaven plaatsen grappig in de oren klinkende namen als Aasvoëlnest, Moeniedood, Moordkuil, Pofadder, Putsonderwater, Suurbraak, Verneukpan en Woest Alleen. Sinds het eind van de apartheid worden ze echter vaak vervangen door Afrikaanse namen.

Gelukkig hebben de bergpassen in het noorden van de Oost-Kaap nog wel hun Voortrekkersnamen op de kaart behouden. Motorrijders komen naar dit deel van Zuid-Afrika om de passenroute te rijden, ‘Die Acht Passe Uitdaging’ van Jouberts, Otto du Plessis, Bastervoetpad, Barkly, Naudésnek, Volunteershoek, Carlisleshoek en Lundeansnek. Adembenemende ervaringen en panorama’s laten het motorhart daar sneller kloppen en de adrenalinecurve pieken. 

‘Dis nie BMW-wereld nie’, zegt het ‘petroljoggie’ in Barkly Oos, maar daarmee bedoelt hij personenauto’s, niet onze ‘ysterperde’, die zich vastbijten in de Joubertspas. De steile grindweg, in 1914 uitgehouwen door de vijf broers Joubert, wordt alleen gebruikt door lokale boeren en onverschrokken avonturiers. Het uitzichtspunt op de pas heet Hemel-op-Aarde, dus dat zegt genoeg over het panorama. De namen Skrikdrif, Brug-oor-IJswater en Kar-Wegspoel-Drif langs de Joubert Trail hebben ook geen uitleg nodig.

Zuid-Afrika blijft verbazen. In de Witbergen zijn boesmantekeningen en dinosaurusfossielen gevonden. Van oeroude overblijfselen naar moderne gemakken: het Mountain Shadows Hotel ligt aan de Barkly Pass op 1990 meter hoogte. ’s Avonds jagen ijsregenbuien over de pas, maar in de open haard knettert een vuur en onze bedden hebben elektrische dekens. In Afrika!

Van de Achtprachtpassen is alleen de Barklypas geasfalteerd. Toch blijft het daarop uitkijken vanwege glad wegdek, scherpe bochten en wegpiraten. Daardoor krijgt het uitzicht op die Kasteel, de Skilpadkop en andere fraai gevormde en genaamde rotsformaties niet de volle aandacht die het verdient. Gieren cirkelen boven de weg, die zullen zich geen road kill snack laten ontgaan.

De Witbergen zijn rood, bruin en groen. We zijn verbaasd dat op deze hoogte zoveel vruchtbare akkers en weiden tussen de bergen liggen. Oké, er zijn veel rivieren zoals de Karringmelk en de Kraai, waar de weg maar langs blijft slingeren. De Oost-Kaap bewijst opnieuw dat Zuid-Afrika voor motorrijders met kop en schouder boven de buurlanden uitsteekt.  

 

Niemandsland

Bij Dordrecht rijden we door de Stormbergen, waar ‘s winters sneeuwstormen en ’s zomers stofstormen woeden. De Hollanders die zich hier in de negentiende eeuw vestigden, noemden de streek Niemandsland. Ze hoefden niemand belasting te betalen. Er was echter ook niemand om hen te beschermen tegen Xhosa-krijgers en bandieten. In Queenstown wordt voor ons gelukkig goed gezorgd. De motoren staan netjes geparkeerd onder een afdak, de douche is warm, het bier is koud en uit de keuken komen verrukkelijke geuren. Aan de muur hangen foto’s en krantenknipsels van onze gastvrouw Tokozile Boboyi met Nelson Mandela. Op het aanrecht ligt het kookboek van de privé-kok van Mandela. We smullen van gerechten die een president waardig zijn. 

 

MOTO73 26-01/2018

Ben je benieuwd naar de rest van het verhaal over de Oost-Kaap? Je vindt het artikel in MOTO73 26-01/2018! Koop het nummer hier online of in de winkel.

Foto: Michiel van Dam, Bernard Stikfort
Tekst: Michiel van Dam 

Dit artikel is geplaatst in: Nieuws

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Op dit item zijn (nog) geen reacties.