Het race-seizoen 2009 is nog maar pas afgerond, maar inmiddels ben ik al druk bezig met de voorbereiding voor 2010. Vanwege mijn leeftijd – ik word volgende maand zestien – kom ik sowieso niet meer in aanmerking om nog een tweede jaar in de Honda NSF100 Talent Cup te blijven rijden. En dat is erg jammer!
Want het jeugdinitiatief van Arie Molenaar was een geweldige ervaring die ik voor geen goud had willen missen. Natuurlijk was het niveauverschil tussen de pocketbike-specialisten en de onervaren instappers (zoals ik) behoorlijk groot, maar dat werd door de rijders zelfs absoluut niet als een probleem ervaren. Ik denk dat iedereen die dit jaar in de NSF100-klasse heeft gereden, ontzettend veel heeft geleerd maar vooral heeft genoten van de fantastische sfeer, met als absolute hoogtepunt de finale op de Wijthmenerplas in Zwolle.
Ik wil langs deze weg Arie Molenaar en de SOBW bedanken voor de twee fantastische jaren die ik daar heb gekend. Het eerste jaar in de TZR Yamaha-klasse was een uitstekende leerschool, maar het echte racen heb ik pas geleerd in de Honda NSF100 Talent Cup. Voor elke plek werd keihard geknokt en dan leer je pas hoe je je lijnen moet verdedigen!
Helemaal uniek was de demo-race tijdens de Rizla Racing Day: op Assen racen was op zich al een buitenkans, maar de enthousiaste reacties van de 50.000 toeschouwers maakten het helemaal compleet. Wat ik ook nooit zal vergeten waren al die jaloerse blikken van het publiek in de paddock dat ons samen met Loris Capirossi en Chris Vermeulen zag verdwijnen in de Suzuki-pitbox. Echt geweldig!
Dat ik echter niet de enige NSF-rijder ben die volgend jaar met een leeftijdsprobleem wordt geconfronteerd werd duidelijk tijdens de KNMV opstapdagen die vorige week op het TT-circuit van Assen werden georganiseerd. Minstens een kwart van alle NSF-deelnemers was daar aanwezig om zich te oriënteren op de toekomst. Dat de keuzemogelijkheden voor een vervolgklasse tamelijk beperkt zijn, is een gegeven waar iedereen mee te maken krijgt. Niet alleen vanwege de kosten, maar ook qua niveauverschil.
Tips van niemand minder dan Roy Ten Napel
De enige twee klassen die in de Nederlandse competitie eigenlijk op mijn leeftijd (en met mijn beperkte ervaringsniveau) in aanmerking komen zijn de 125cc Juniorcup en de Suzuki SV650 Cup. In mijn geval wordt de volgende stap waarschijnlijk de Suzuki SV650 Cup. Intussen heb ik tijdens de opstapdag al even mogen kennismaken met de nieuwe motor (met het nummer 73, jawel!) en dat beviel mij uitstekend. Het was wel even wennen aan het sterkere vermogen en de “normale” schakeling (op de Honda NSF zat namelijk omgekeerde race-schakeling), maar dat zijn zaken die je toch vrij snel weer oppikt.
Wat me tijdens die paar rondjes op Assen al wel duidelijk is geworden is dat het fysieke aspect een veel grotere rol speelt als je met een 650cc-tweecilinder op de limiet wil gaan rijden. Dat is een van de redenen waarom ik tijdens de herfstvakantie alvast een dag ben gaan off-road rijden op het enduroterrein van Bilstain, in de Belgische Ardennen.
Vader en zoon Verbeke
Via Ben van Erp had mijn vader een TE250 en een TE450 Husqvarna kunnen regelen, zodat we samen een dag konden gaan rijden. Na die trainingsdag begrijp ik ook waarom de meeste GP- en Superbike-coureurs met enige regelmaat gaan off-roadrijden, want zowel rijtechnisch als conditioneel steek je enorm veel op van zo’n dagje op het onverhard. De volgende dag had ik overal spierpijn, maar daarom wil ik in de wintermaanden nog een paar keer te gaan crossen. Dat is de enige manier om sterker en sneller te worden.
Als ik volgend jaar wil starten in de Suzuki SV650 Cup moet ik natuurlijk eerst mijn race-licentie behalen. De exacte data wanneer dat examen gaat plaatsvinden zijn nog niet bekend, maar voor die tijd wil ik zoveel mogelijk gaan trainen, wat er waarschijnlijk op neerkomt dat ik in de wintermaanden een paar keer naar circuits in Zuid-Frankrijk of Spanje zal moeten uitwijken om mij te kunnen voorbereiden op het 2010-seizoen. Er staan dus de komende weken en maanden nog heel wat spannende dingen te gebeuren!
André van der Toorn. Je kent ‘m als slecht acterende door de autocue gesouffleerde dwerg uit Wegmisbruikers. Uitgezonden op SBS6, de zender voor de minder ontwikkelde woonwagenbewoner met vaste standplaats.
Met Hart van Nederland, Shownieuws, Patty Brard, Jan Joost van Gangelen en derderangs voetbalwedstrijden. En daar kijk ik dus ook graag naar. Al is het maar om me ergens over te kunnen opwinden.
Met slechte oneliners kondigt Van der Toorn wangedrag op de openbare weg aan, af en toe bijgestaan door de inmiddels weggepromoveerde Landelijk Verkeersofficier Koos Spee. Koos als opperofficier van de verkeerspolitie, André als onderdwerg staande op een kistje of stoeprand om enigszins op ooghoogte te komen met de almachtige predikant, Koos.
Een tenenkrommend programma, helemaal wanneer het over motorrijders gaat. Snelheidsduivels, wegpiraten en scheurneuzen, dat zijn we volgens het woord van Ome Koos dat verspreid wordt door buikspreekpop André.
In het vorige seizoen waren agenten Dick en Wander de absolute sterren. Onder zorgvuldige regie spraken ze wanstaltige schavuiten en dekselse scheurneuzen aan op hun gedrag. Minstens net zo zorgvuldig zijn zij uitgekozen door het Bureau Verkeershandhaving Openbaar Ministerie op hun autoriteit, maar ook huiskameruitstraling. Twee agenten die zorgvuldig geschminkt en zo loyaal mogelijk gekleed de tv-kijker thuis laten zien hoe de almachtige politie de wegmisbruikers op het juiste pad probeert te houden.
Wat de kijker veelal niet weet is dat elke aanhouding tot in de puntjes wordt geregisseerd. Er wordt geknipt, geplakt en er worden rustpauzes ingelast. Gaat het bordje ‘Stop Politie’ aan, dan volgt er bij stilstand op de vluchtstrook eerst twintig seconden rust om de cameraploeg de tijd te geven in positie te komen; de wegmisbruiker in verbazing onderdompelend.
“Meneer, trekt u die wheelie nog een keer? We hebben ‘m niet goed in beeld”, zoiets dus. Alles wordt uit de kast getrokken om de verkeerspolitie in een goed daglicht te zetten. Dick en Wander als volwaardige soapsterren, acterend uit naam der wet, maar ook lekker menselijk. “Wat een schavuit hè, Dick? Hij haalde zomaar rechts in!” “Ja Wander, wat ben ik blij dat we ‘m van een wisse dood hebben kunnen redden en hij vanavond nog gewoon met moeder de vrouw en z’n kinderen aan de piepers zit.” Helden voor volk en vaderland.
In gewoon goed Nederlands noemen we dit propaganda: het gecontroleerde gebruik van elke vorm van communicatie om de overtuigingen en gevoelens van een groep in een bepaalde richting te sturen.
Maar dat mag je dan weer niet zeggen in Nederland, want dat roept negatieve associaties op met een duister verleden. Onzin natuurlijk. Wegmisbruikers is gewoon een programma van het BVOM, geproduceerd om óns te beïnvloeden en iedereen te laten stellen dat een snelheidsovertreding van 5 km/h tien of meer mensenlevens in gevaar brengt.
Niet propagerend, maar wel vermakelijk en informatief is Blik op de Weg. Échte verslaggeving, niet geregisseerd door het BVOM en agenten die geen acteerlessen hebben gevolgd. Koos Spee persoonlijk heeft er veel aan gedaan om het programma ten gronde te richten, maar gelukkig is het in oktober alweer tijd voor serie 22. Natuurlijk wordt er in dit programma ook met een vermanend vingertje gewezen.
En worden motorrijders ook hier wel ’s door de mangel gehaald. Maar veelal terecht en een stuk menselijker. Waar bij Wegmisbruikers met het heilige boek in de hand de rede in de zak gaat, komt bij Blik op de Weg de bestuurder van een opgevoerde brommer nog wel ’s weg met een waarschuwing en de voice-over van Leo de Haas is zonder overdreven ondertoon en lachwekkende synoniemen. Wanstaltige schavuiten en dekselse scheurneuzen maken plaats voor hardrijders en overmoedige GTI-petjes.
Bovendien belicht het programma de motorrijder vaak ook positief. Niet enkel de hard rijdende motorrijder wordt uitgelicht, maar ook de automobilist die bij slecht weer de motorrijder gemakkelijk over het hoofd ziet. Informatief en bevorderlijk voor onze veiligheid. Gewoon, heel gewoon een verkeersprogramma. Ik kijk, 27 oktober a.s. naar de aftrap van serie 22.
Tot mijn beste vrienden reken ik een politieagent. En dat lijkt misschien heulen met de vijand, maar dit is wel een aardige peer. Natuurlijk heb ik ook een hekel aan die mannen die langs de kant van de weg staan en vanuit de struiken mij proberen te betrappen op een snelheidsovertreding of overtredinkje.
En ja, soms ben ik aan de beurt en dan vind ik het natuurlijk enorme eikels. Gigantische eikels eigenlijk. En geen seconde sta ik er dan bij stil dat de man die net uit de struiken is gesprongen met een lasergun en acceptgiro ook maar een mens is.
Mijn goede vriend Jeroen is ook een mens. Een goed mens, en een politieagent bovendien. Gelukkig stelt hij onze vriendschap niet al te ernstig op de proef door in de baas z'n tijd in een mosgroene Volkswagen Caddy langs de provinciale weg te zitten, want doet hij nuttig werk bij de recherche. Drugscriminaliteit is zijn ding; ik zou haast zeggen z'n passie. Hij vangt dus boeven; zo zien we het graag, nietwaar? Vriend Jeroen vangt ze dus om de haverklap, het liefst 's nachts of in het weekend, omdat echte boeven nu eenmaal ook gewoontedieren zijn en dan het gemakkelijkst in hun kragen te grijpen zijn.
Maar verder weet ik niets van z'n werk, ik vraag natuurlijk wel eens om de spannendste verhalen, de ranzigste details en wil straatwaardes weten, maar al snel draait hij het gesprek naar waar we dan mee bezig zijn.
Bijvoorbeeld de zee.
We stonden deze zomer met onze beide gezinnen (hoeveel menselijker kan een politieman worden?) op een Frans campinkje aan de Atlantique. En groot was mijn verbazing dat de mens in Jeroen ineens opvallend uitvergroot aanwezig was toen we met de kinderen een beetje langs de waterlijn struinden. Ineens was er paniek en sprong Jeroen een meter opzij. Bij het zien van een rustig wandelend krabbetje, nauwelijks groter dan een huisspin, ging de beste man op de loop. Hij was werkelijk bang voor het miezerige, bleke stukje zeefruit dat rustig langs het water banjerde. En hij vond er niets grappigs aan, maar was werkelijk bang.
En daags voor en waarschijnlijk ook na de vakantie staat hij weer op onchristelijke tijden deuren in te trappen in drugspanden, waar hem de naalden, messen, pistolen en doorgedraaide dealers links en rechts om de oren vliegen. Dat maakt hem niet uit, hij slaapt er niet slechter van, maar zo'n donders krabbetje jaagt hem de stuipen op het lijf.
Ik moest erg aan dit vooral denken toen ik - ook - dat verschrikkelijke filmpje kreeg doorgemaild over de motoragent die keihard wordt aangereden. Je kent het vast. Ik heb het in ieder geval over een motoragent die op de snelweg probeert het verkeer in goede banen te leiden vlakbij een verkeersongeluk, maar die door een automobilist te laat of misschien wel helemaal niet wordt gezien. Hij wordt in volle vaart - op de snelweg dus - aangereden en maakt een luchtreis van meters. Huiveringwekkend.
Op de sites waar het filmpje staat wordt gediscussieerd door Neerlands beste stuurlui, want zij weten wel even hoe het anders had gemoeten vanuit hun bureaustoeltje. Hij had niet zo bruusk de weg moeten oprijden, hij had andersom moeten staan, hij had zus en hij had zo gemoeten. Wij hebben makkelijk praten. In de eerste plaats weten wij al min of meer wat er gaat gebeuren, zonder een seconde van deze film te hebben gezien en wij zien het drama zich voltrekken van een plek waar je de hele situatie kunt overzien: vanaf een viaduct zien we de motoragent, de vrachtwagen die uitwijkt, de auto's erachter, de ambulance die de weg opkomt. Wij kunnen het allemaal zien - behalve wat er buiten beeld aan de hand is.
Deze man, 's morgens waarschijnlijk ook z'n vrouw gedag gekust, wil z'n werk op de best mogelijke manier doen. Hij weet van het gevaar dat zich buiten het zicht ophoudt en wil gewoon dat het verkeer zo snel mogelijk die rechterstrook verlaat. En in deze poging gaat het gewoon verschrikkelijk mis en wordt hij keihard voor z'n donder gereden.
Ik weet niet hoe het de beste man nu vergaat, maar ik hoop werkelijk dat hij ooit weer het beroep kan uitoefenen dat hij had in die paar seconden dat we hem in beeld hebben gehad. Want deze man is misschien ook doodsbenauwd voor spinnen of plakband, hij ging daar mooi toch wel even staan.
Voor mij is deze man, die ik helemaal niet ken, een held, een echt goed mens.
Hilariteit alom begin dit jaar: Rintje Ritsma heeft zich ingeschreven in de Dutch Superbike voor de traditionele Paasraces op het TT Circuit Assen. Daarnaast wil hij ook nog een aantal andere wedstrijden gaan rijden. Wat denkt die gekke Fries nou helemaal?
Dat hij met al zijn medailles, immense bovenbenen en een beetje autorace-ervaring ook maar een kans heeft in deze zwaar bevochten klasse? Nee, natuurlijk niet. Iemand die zolang op wereldniveau heeft geschaatst, beschikt over een meer dan een indrukwekkende dosis zelfkennis. Het feit dat hij pas vrijdag voor de eerste race van het seizoen zijn licentie haalt, zorgt voor nog meer twijfels en roddels. Een dag later bereikt de lol zijn hoogtepunt als Ritsma zich niet kwalificeert voor de race. Het uitvallen van een rijder in de eerste race zorgt ervoor dat de Beer uit Lemmer paasmaandag zijn debuut alsnog mag maken in de tweede manche.
En toegegeven, ik vind het ook ‘vreemd’ om te zien dat hij hopeloos achterin bivakkeert. Is het niet beter geweest rustiger te beginnen in de KNMV-Cup vraag ik mij al zittend op het talud af? Een paar dagen later blijkt dat Bertus Folkertsma, teambaas en teamgenoot van Ritsma, een meesterlijke zet heeft geplaatst door de giga Fries op een Suzuki te zetten, want de media vallen over elkaar heen om hier verslag van te doen. Zeker als hij tijdens enkele sponsorronden zijn sleutelbeen breekt is de mediahype compleet.
Het gaat te ver om te zeggen dat het Dutch Superbike voor het eerst de landelijke media haalt, maar dat zelfs Trouw, absoluut niet motorraceminded, er een bericht over plaatst, zegt genoeg. Ook tv-programma’s als RTL Boulevard en Shownieuws hebben het ineens over de snelste wegraceklasse van Nederland. Natuurlijk wil ik hierbij niet gaan beweren dat mannen als Bob Withag, Gareth Jones en Raymond Schouten hun spullen kunnen gaan pakken. Want deze heren maken de wedstrijd, maar kunnen simpelweg nooit voor zoveel publiciteit zorgen als Ritsma en co. En dat is de komende jaren hard nodig.
Want terwijl het einde van de financiële crisistunnel in zicht is, gaan de harde klappen in de wegrace pas in 2010 en wellicht zelfs in 2011 vallen. De huidige sponsorcontracten zijn immers allemaal afgesloten in de tijd dat het niet op kon. Bedrijven hadden geld, werknemers waren nog welkom aan hun bureau en de overheid hoefde niet de hele economie overeind te houden.
Nu is alles anders. Iets dat vooral gemerkt gaat worden als deze winter de nieuwe sponsorcontracten moeten worden getekend. Dus moeten teams op zoek gaan naar creatieve manieren om aan geld te komen. Daarnaast staat de motorwereld onder druk. Importeurs zullen minder gretig zijn om zomaar een Honda CBR1000RR Fireblade of Suzuki GSX-R1000 ter beschikking te stellen. Gelukkig is er nog veel te winnen. Zo kunnen veel teams nog (flink) verbeteren op het gebied van websites, persberichten en sponsorontvangst. Maar hiermee alleen red je het niet.
Folkertsma heeft niet gewacht tot het schip is gezonken en tijdig ingegrepen door Ritsma een kans te geven. Een meesterlijke zet die binnen korte tijd ongetwijfeld vervolg gaat krijgen bij andere teams. Het klinkt nu nog als een flauwe grap maar zien we binnenkort Yolanthe Cabau van Kasbergen of Beau van Erven Dorens op een Ducati? Nu nog hilariteit alom…
Op maandag 22 juni wordt het gips van de linkerhand en rechterpols van Reinoud van Zadelhoff (ONK Supersport) gehaald. Eenentwintig dagen eerder bleek dat deze allebei gebroken waren. Na bijna drie weken in het gips te hebben gelopen, valt het Reinoud behoorlijk tegen hoe hij zijn handen en vingers kan bewegen! Toch rijdt hij een week later op de TT van Assen de Dutch Supersport. De Gelderlander vertelt hoe het hem verging.
Reinoud: ‘Met moeite kon ik een vuist maken en mijn vingers spreiden was behoorlijk gevoelig. Ook bleek later de middelvinger van mijn rechterhand gebroken te zijn, deze hebben ze niet meer in het gips gezet en moet nu vanzelf herstellen. Daarnaast zijn de rest van de vingers nog eens zwaar gekneusd. Woensdagmiddag voor de TT van Assen was het zover en kon ik samen met mijn vrouw Ilse naar Assen vertrekken om mij daar klaar te maken voor deelname aan de ONK Supersport. Wij mochten als enige van het ONK-circus deelnemen aan dit evenement.'
Voordeel voor Reinoud is dat er op donderdag en vrijdag slechts één kwalificatie van een half uur wordt gereden, en vervolgens zaterdag een race van veertien ronden. Aangezien Reinoud verre van fit is en zijn handen ook niet optimaal kan gebruiken is hij hier erg blij mee. Hij geeft van te voren aan de volledige kwalificatie toch niet te benutten, omdat hij het rustig aan wil opbouwen.
Nadat donderdag de 125cc, 250cc en natuurlijk de MotoGP hun trainingen verreden hebben kan de Dutch Supersport beginnen aan de eerste kwalificatie. Een spannend moment voor Reinoud, aangezien hij absoluut niet wist wat hij kon verwachten van de linkerhand en rechterpols. Er mogen 48 rijders starten aan de kwalificatietraining en 44 zouden door gaan naar de wedstrijd. Voor Reinoud is het belangrijkste om zich te kwalificeren voor de race, meer kan hij er op dit moment niet van verwachten…
Onschuldige schuiver Na zes ronden gereden te hebben komt Reinoud binnen om de handen rust te geven. Hij staat nu op de 32e plaats. Na ongeveer tien minuten rust wil hij nog proberen een paar snelle ronden te rijden om een zo snel mogelijke tijd te zetten. De eerste ronde doet hij rustiger aan om de banden weer warm te rijden, waarna hij de ronde erop er echt voor kan gaan zitten. Maar na een paar bochten gaat het mis in de Strubben! Een onschuldige schuiver zorgt voor de nodige schade waardoor Reinoud zijn kwalificatie niet af kan maken!
Reinoud: 'Naar mijn idee stuurde ik normaal de Strubben in maar werd plotseling verrast door het wegglijden van mijn voorwiel. Het eerste wat ik deed was mijn handen op mijn borst plaatsen om ze te beschermen. Ik reed wel met oude banden (2007) die eigenlijk ook wel hun beste tijd gehad hadden. Zo val ik drie jaar niet, en zo gebeurt het nu al een paar keer. Ik had van een paar mensen gehoord dat ik te plat instuurde waardoor het voorwiel weggleed. Helaas ben ik nu teruggezakt naar de 38e plaats'
Hulp van Ahnendorp Om te zorgen dat de motor weer klaar staat voor de volgende dag gaat Reinoud op zoek naar onderdelen. De linker Clip-on, schakelset en “net nieuwe kont” zijn kapot. Gelukkig kan de coureur wederom van Swen Ahnendorp een Clip-on en schakelset overnemen. De kont kon voor nu met tape aan elkaar gemaakt worden om in ieder geval het weekend af te maken. Helaas heeft Reinoud uitgerekend deze dagen geen monteur bij zich, maar gelukkig krijgt hij verschillende aanbiedingen van collega rijders. Die avond krijgt de Gelderlander ook nog een telefoontje van Hans (hoofdsponsor IBC Zorg) dat hij samen met compagnon Sjacco besloten heeft dat Reinoud een nieuwe set banden mag kopen. Nu kan Reinoud met vers rubber en goede grip de tweede kwalificatie gaan rijden.
De volgende dag moet de Supersport weer aan het eind van de dag hun tweede kwalificatie rijden wat Reinoud gelukkig genoeg tijd geeft om de motor weer op te bouwen. De Gelderlander weet dat hij nu echt zijn best moet doen om niet nog verder te zakken, met als gevolg dat hij misschien op zaterdag de race niet zou kunnen rijden vanwege de pijn. Na acht ronden besluit Reinoud weer even naar binnen te komen om te rusten.
Reinoud: ‘Ik kreeg al snel van mijn vrouw Ilse te horen dat ik verder was terug gezakt naar plaats 40. Ze wilde dat ik in de 1.49ers ging rijden, zodat ik bij de race aanwezig kon zijn. Snel pakte ik mijn helm en ging weer rijden. Na enkele ronden reed ik inderdaad 1.49. Toen de vlag viel en de kwalificatie voorbij was had ik mij gekwalificeerd op de 36e plaats! Gelukkig stond ik erbij, daar was ik erg tevreden mee! De pijn in mijn handen begon toe te nemen, maar vooral mijn conditie valt zwaar tegen. Ik heb vijf weken niets meer aan mijn conditie kunnen doen, en dat is te merken ook. Ik heb echt vijf minuten moeten uithijgen bij de caravan…'
Zaterdag wordt er eerst volop genoten van de MotoGP-race, en daarna mag de Supersport aantreden voor de race bestaande uit veertien ronden. Rondom het hele circuit zit het bomvol met mensen, wat leuk is voor de Supersport-mannen. Reinoud vertrekt vanaf de 36e plaats en heeft een redelijke start. Na een paar bochten weet hij een enkele coureurs te passeren en dit een paar ronde vast te houden. Toch komen enkele motoren Reinoud weer voorbij, en komt hij eigenlijk pas laat in zijn ritme. Hierdoor begint hij na de helft van de race weer in te lopen op diegene die hem eerder gepasseerd zijn.
Zware race Met nog twee ronden te gaan rijden er vijf coureurs op elkaar in de Geert-Timmer bocht en wordt de rode vlag getoond. Mazzel voor die rijders dat de vorige ronde telde en ze allemaal nog punten kregen, Reinoud finisht met pijn in zijn polsen en armen uiteindelijk als 35e!
Reinoud: ‘Ik heb de race uitgereden, maar het was wel zwaar. Met nog zes ronden te gaan kon ik alleen maar denken aan water drinken! Verder ben ik wel tevreden, maar zodra ik kan, ga ik meteen weer aan mijn conditie werken! Ik moet zeggen dat ik het wel super gaaf vond om voor zo’n groot publiek te mogen rijden, dat geeft echt en kick!!
En nu? Momenteel is Reinoud nog steeds herstellende van de breuken. Na de TT waren de handen toch weer aardig dik geworden. Dit heeft hem ook doen besluiten niet deel te nemen aan de dubbele ONK races in Oschersleben in Duitsland. Tien juli moet hij voor het laatst naar het ziekenhuis voor controle. Daarna wil hij meteen weer gaan beginnen met het fietsen op de weg, en indien de pols het toelaat een paar weken later weer gaan mountainbiken in het bos. Tijdens de Rizla Racingdays (8 en 9 augustus) hoopt Van Zadelhoff weer helemaal fit te zijn.
Jarenlang heb ik er de schouders over opgehaald, alle boze frustraties en irritaties erover verdrongen en telkens mijn kortstondige verontwaardiging stilzwijgend ingeslikt. Per slot van rekening ben je van alle ellende verlost zodra je wordt ondergedompeld in de drukte en de hectiek die elke deadline voorafgaan.
Maar toch... Bij elk bezoek aan het TT-circuit wordt het prettige vooruitzicht op een spannend raceweekend steevast vergald door het onbeschofte ontvangstcomité dat verantwoordelijk is voor het parkeerbeleid bij elk belangrijk motorsportevenement. Let wel: ik praat hier over de ingang waar alle VIP’s, GP- en Superbike-coureurs, eregasten, sponsors en internationale genodigden worden verwelkomd. Wat moeten al die buitenlandse gasten niet denken van de onbehouwen schofterigheid waarmee dit stelletje horken de professionele ingang van de TT-kathedraal bestiert? Bovendien, als het op deze VIP-parkeerplaats al zo erg gesteld is met het totale gebrek aan elementaire fatsoensnormen, hoe moet het er dan aan toegaan op de parkings van het betalende publiek?
Nog nooit, ik herhaal, nog nóóit heb ik de suppoosten bij de VIP-ingang van het TT-circuit kunnen betrappen op een spoortje vriendelijkheid, laat staan op enigszins beleefde omgangsnormen. Altijd word je afgesnauwd, toegeschreeuwd of met een verschrikkelijke scheldtirade naar je parkeerplek gedirigeerd. Jaar na jaar. TT na TT. WK Superbike na WK Superbike... Ik kan perfect begrijpen waarom Gerrit ten Kate zich ooit liet ontvallen dat hij nog liever het circuit van Laguna Seca afhuurt dan opnieuw in discussie te moeten gaan over een trainingsmiddag op het TT-circuit van Assen. Ook voor hem was blijkbaar de tolerantiegrens reeds lang bereikt.
Het TT-bestuur verschuilt zich al jaren achter het argument dat het organiseren van een TT of een WK Superbike onmogelijk is zonder de onbezoldigde medewerking van honderden vrijwilligers. Dat kan ik best begrijpen, maar wees dan wel wat selectiever met de personeelsbezetting op de cruciale plekken waar de eerste indrukken een onuitwisbare beschadiging van het circuitimago kunnen veroorzaken. Per slot van rekening lopen er in de periferie van Assen zat medewerkers rond die wél normaal functioneren en met enthousiaste vriendelijkheid hun heilige TT-weekend beleven.
Zelfs de Kroonprins van Oranje mag van geluk spreken dat hij tijdens zijn bezoek aan de laatste jubileumeditie van de TT door een indrukwekkend escorte van de Koninklijke Marechaussee werd begeleid. Anders was zelfs de koninklijke limo met een onverstaanbare Drentse snauw het drassige weiland ingestuurd. Dat zou pas hilarisch zijn geweest: WimLex met zijn prinselijke mocassins door de Drentse modder zien ploeteren. Het had zomaar gekund, want consequent zijn ze wel, de poortwachters van de hel daar bij de ingang van de circuittunnel. Of je nu Valentino Rossi, Kenny Roberts of de paus van Rome bent, als je niet over de juiste “koarten” beschikt, is ingang-oost van het TT-circuit meteen ook het eindstation van je reis. Alleen al vanwege de onoverkomelijke taalbarrière is elke discussie bij voorbaat uitgesloten: (Spreek uit met een afgrijselijk Drents accent) “Oprotten!” Of liever: “Prttn!” Je mag al blij zijn dat ze vervolgens niet op de grond spugen om hun dyslectische woordenschat kracht bij te zetten. Het succesvolle programma “Boer zoekt Vrouw” zou hier werkelijk gouden tijden beleven.
Blijkbaar is nu ook voor het TT-bestuur de maat vol, want volgens onbevestigde geruchten zou men dit probleem tijdens de komende TT willen oplossen door professionele verkeersbegeleiders in te huren die vooraf worden gescout op taalvaardigheid en sociale omgangsnormen. Hè, hè, eindelijk zegeviert het gezond verstand, dacht ik in eerste instantie bij mezelf, en droomde stilletjes weg bij de licht erotiserende gedachte om de komende TT te worden verwelkomd door bloedstollende blondines in iets te strakke latex Bavariapakjes, die mij met een stralende glimlach naar P5 dirigeerden.
Maar hoe langer ik erover nadacht, hoe meer dat vooruitzicht begon tegen te steken. En wel hierom: alle veranderingen en vernieuwingen die het TT-circuit de voorbije jaren onderging, waren bepaald geen verbeteringen: de Veenslang en De Strubben werden vakkundig verkloot, De Bult werd om zogenaamde veiligheidsvoorschriften (o, ja, welke dan?) om zeep geholpen en het spannendste stuurgedeelte van het circuit (de Noordlus) moest wijken voor een smakeloos winkelcentrum waar geen enkele raceliefhebber ooit om gevraagd heeft. Bij elke verbouwing verloor Assen een stukje authenticiteit, tot er uiteindelijk niets anders overbleef dan een kleurloos doorsnee circuit dat in geen enkel opzicht nog kan wedijveren met het bloedstollende stuurparadijs uit het verleden. Per slot van rekening: alle motorsportliefhebbers zeiken hoogstens twee keer per jaar. Dat is qua klachtenlijn nog te overzien.
Het laatste stukje Assen dat in de vaart der volkeren in al z’n authenticiteit ongemoeid is gelaten, is het volstrekt onbehouwen gedrag van de Drentse suppoosten bij de VIP-ingang. Als we dit ook nog verwijderen, blijft er helemaal niets meer over van de oorspronkelijke magie van het TT-circuit. Hoe langer ik er over nadenk: laat die grofgebekte boeren bij de tunnelingang asjeblieft staan waar ze staan. Als ook die nog worden weggesaneerd, is het einde helemáál zoek...
Ik woon op een steenworp afstand van het oude stratencircuit van Tubbergen. Mannen als Wil Hartog (foto), Boet van Dulmen en Jack Middelburg maakten hier ooit furore, aangemoedigd door duizenden fanatieke motorliefhebbers. Wie het hardst reed won, en was de held. Heel simpel. Tegenwoordig ligt dat iets anders.
Het circuit is verpest met drempels en de asfaltstrook die er nog lag als herinnering aan de ingang naar het rennerskwartier is in opdracht van waarschijnlijk een onwetende ambtenaar verwijderd. ‘Ligt in de weg’, zal-ie hebben gedacht. De bekende kuitbochten liggen er nog altijd. Het zal wel te duur zijn om ze te verwijderen. Op zondagochtend, terwijl ik op het voetbalveld sta, hoor ik regelmatig hoe motorrijders hun renpaard loslaten op het circuit. Mooi toch. Een stukje historie dat af en toe weer tot leven komt, en tot in de wijde omgeving te horen is.
Wanneer ik dit hoor krijg ik altijd een onweerstaanbare drang om op de motor te stappen. Maar rijden op het oude circuit durf ik niet meer. Ik werd er namelijk eens door een motorrijder op een in zuurstokkleuren gespoten Pan European van de weg gehaald. Die bracht me naar een verzamelplek voor ‘snelheidsduivels’, zoals ze dat bij SBS6 onder auspiciën van Koos Spee zo mooi omschrijven. De behandelende agente gaf me te kennen dat ik 53 km/h te hard had gereden, en na de gebruikelijke snelheidscorrectie mocht ik m’n rijbewijs houden. “U krijgt vanzelf bericht thuis. Reken op een flinke boete”, zei ze, op een toon die het meest deed denken aan een brugklasser die z’n eerste spreekbeurt houdt; zonder enige klemtoon, stemverheffing of emotie. Ja-ja, mensen confronteren met hun gedrag in het verkeer, niets daarvan. Gewoon cashen.
Je wordt zelfs afgewerkt in drie schijven: de stagiair met de lasergun verstopt in het huis in aanbouw, de matennaaier op de Honda en de caissière op de afwerkplek. Die afwerkplek was gesitueerd achter het kunstwerk dat de inwoners van Tubbergen moet laten terugdenken aan die tijden van weleer. Een kunstwerk van uit metaal gesneden motorrijders, die rond een rotonde rijden. In de verkeerde richting nota bene… Ach ja, gevoel voor dramatiek en ironie hebben ze, daar bij de Tubberger hermandad. Ik bekeek m’n in ontvangst genomen gele briefje en bedacht me hoe de grote Witte Reus zich gevoeld zou hebben als hij met mijn snelheid dezelfde bocht uitgekomen zou zijn.
Héél knullig waarschijnlijk. De toeschouwers zouden denken dat Hartog motorpech had. Of een lekke band… Ach ja, qua prestaties zal ik Dé Reus nooit meer evenaren. Wel heb ik het circuitrijden ontdekt. Tijdens de Zeelenberg Speedweek op Almería en de KNMV Wegracecursus op Assen reed ik op een R6. Niet de grootste motor, en ik lijk er wel een reus op. ‘Il gigante!’, riep een Aprilia-monteur naar me, nadat ik op de minimalistische RSV4 Factory de pitbox op Misano binnen kwam rijden. Hij uitte deze kreet helaas niet op basis van m’n rondetijd maar op basis van m’n Nederlandse postuur dat nou eenmaal aan alle kanten uitsteekt op een sportfiets.
Qua kleding steek ik me tegenwoordig dan ook in een spierwitte overall. Je moet toch iets, om je de Witte Reus te mogen wanen…
Vorig jaar was Ramon van Dijk al een aantal keren dichtbij het SV-podium. Dit jaar moet het er dus echt van komen! Afgelopen weekend had de MOTO73-redacteur zijn eerste kans. Was het al meteen raak?
Afgelopen vrijdag is (na een lange winterstop) de eerste wedstrijd in de KNMV-Cup verreden op het circuit van Assen. Uiteraard was RacingHarderwijk aanwezig om te strijden in de Suzuki SV-Cup. Momenteel zijn er 20 deelnemers in de cup die bestaat uit een aantal bekende gezichten (van vorig seizoen) en een aantal nieuwe coureurs die hun opwachting maken in deze standaard raceklasse. Uiteraard kun je lopende het seizoen altijd instappen in deze geweldige klasse. Kijk voor informatie op www.knmvcup.nl.
Aangezien de weersverwachtingen sterk uiteen liepen, van droog tot buien met hagel en onweer, werd op een TV-tje in de pitbox de buienradar met grote belangstelling gevolgd. Gelukkig bleef de Drentse Heide gespaard van nattigheid, sterker nog, in de loop van de ochtend deed de koperen ploert zijn uiterste best om het asfalt flink op te warmen.
Nadat de hele boel was uitgestald in pitbox 12, de motor en helm waren gekeurd was het rond half elf tijd voor de eerste training. Deze verliep zonder noemenswaardige problemen. De Suzuki liep goed, alleen had ik (en de rest natuurlijk ook) behoorlijk veel last van de straffe wind achter op het circuit. Een 5e plaats na twintig minuten trainen was het resultaat.
Tijdens de tweede training was het iets warmer, maar het begon ook (nog) harder te waaien. Vooral in Meeuwenmeer en de Ramshoek merkte je duidelijk dat de 75 pk’s van de Suzuki alle zeilen bij moesten zetten om de gang er een beetje in te houden… Ik verbeterde m’n tijd marginaal waardoor ik bleef steken op de 5e plek.
De 5e tijd betekent de eerste plek op de tweede startrij, een prima uitgangspositie voor de race. De start ging goed, ik was snel weg en lag in de eerste bocht 4e achter de van pole position vertrokken Sebastiaan Spek, Roland Brekelmans en Frank Brouwer. Spek en Brekelmans sloegen in de eerste twee rondjes meteen een gaatje en ik liep op mijn beurt meter voor meter in op Frank Brouwer. In m’n nek was het Jolle Wind die zat te azen op de vierde plaats. In ronde 4 stak Jolle binnendoor in de Strubben, maar voor de Ruskenhoek kon ik ‘m weer uitremmen. Dit gaf me op een of andere manier een boost om nog harder te gaan rijden. Hierdoor liep ik snel op Brouwer in die op dat moment nog steeds derde lag. Aan de kop was het Brekelmans die inmiddels de leiding had overgenomen van Spek en zijn voorsprong gestaag uitbouwde.
In de een na laatste ronde kon ik uit Brouwer’s slipstream komen en hem uitremmen voor Ruskenhoek waardoor ik derde lag. Helaas (voor mij dan) pakte Brouwer mij in de laatste ronde terug (met hetzelfde trucje) in de Haarbocht. Samen aankomend in de Strubben stuurde ik iets te enthousiast in waardoor m’n voorwiel weggleed. Gelukkig kon ik de boel nog net overeind houden, maar was de aansluiting met Brouwer kwijt. Met 2,5 seconde achterstand finishte ik na 9 ronden als 4e.
Roland Brekelmans pakt de eerste overwinning van het seizoen voor Sebastiaan Spek en Frank Brouwer. Achter mij was het Jolle Wind, Bart Bender, Johan Goudemond, Kevin Reuvers, Fred Spek en Ilja Caljouw die de top 10 compleet maakten.
Uitslag Race 1 (tevens stand kampioensschap): 1. Roland Brekelmans 2. Sebastiaan Spek 3. Frank Brouwer 4. Ramon van Dijk 5. Jolle Wind 6. Bart Bender 7. Johan Goudemond 8. Kevin Reuvers 9. Fred Spek 10. Ilja Caljouw 11. Pieter Klaas de Vries 12. Jaco Boonen 13. Stefan Engelen 14. Ernst Hagen 15. Wilfred Barenburg 16. Walter Jansen 17. Steven van Haren 18. Harry Bauman 19. Erwin Vogel 20. Coen Pijnenburg
Volgende race: donderdag 21 mei, Hengelo Varsselring.
Op dit moment komen op tv regelmatig spotjes voorbij met daarin onder meer een man die bij de kassa van een winkel staat en al bellend met zijn GSM probeert af te rekenen, een vrouw die het afval van haar kleine kinderen uit de auto gooit en een jongen in de bus met een iPod die hij zo hard heeft staan dat de hele bus kan meegenieten.
Stuk voor stuk situaties waarvan we allemaal heel snel roepen dat het asociaal is, maar het gebeurt wel, en met grote regelmaat. Deze spotjes zijn van SIRE en bedoeld om de mensen in Nederland er van te doordringen dat we steeds asocialer worden, ongemerkt. In het verkeer is dat ook zo. En dan is het gemakkelijk om naar de automobilist te wijzen, maar laten we de hand nou eens in eigen boezem steken. Wij, de motorrijders, verkeren in de luxe positie dat we in de file tussen de auto’s door mogen rijden. We hoeven dus niet stil te staan, maar kunnen gewoon lekker doortokkelen en hoeven ons niet te ergeren aan het optrekken en weer stilstaan zoals de automobilisten dat hebben. Wij komen doorgaans fris en fruitig en bovenal met een glimlach op het werk aan, toch?
Waarom moet een klein percentage van ons motorrijders dan altijd zo hard mogelijk tussen de auto’s door racen? Laatst had ik het weer. Terwijl ik met een gangetje van zo’n 30 km/h tussen de nét niet stilstaande auto’s door rolde, hoorde ik ineens een claxon. Zeker weer zo’n gefrustreerde automobilist die jaloers is op ons motorrijders dacht ik en reed rustig door, mezelf voornamelijk concentrerend op wat er voor me gebeurde, tot er weer getoeterd werd. Bleek het de motorrijder achter mij te zijn die vond dat ik te langzaam reed en claxonneerde om duidelijk te maken dat hij er langs wilde. Zo eigenwijs als ik ben, reed ik stug door in mijn tempo en toen het verkeer weer op gang kwam voegde ik bij ongeveer 50 km/h weer in. Ja, ik weet het, dat is al te laat. Vervolgens kwam de gefrustreerde man, althans daar ga ik vanuit, mij met zeker 80 km/h voorbij met zijn ene zijkoffer aan de motor. En terwijl het intussen alweer bijna 100 km/h reed zag ik hem in de verte nog steeds druk slalommend en gebarend tussen de auto’s door vliegen. Wat een idioot!
Ik zal de laatste zijn om te zeggen dat ik me altijd netjes aan regels houd, helaas weet dat bureau in Leeuwarden maar al te goed waar ik woon, maar laten we nou alsjeblieft zuinig zijn op het feit dat we door de files mogen rijden. Wees er nu van bewust dat het een voorrecht is en ga er dan ook zo mee om. Onbewust ben je namelijk echt een asociale klootzak als je met hoge snelheden tussen de rijdende auto’s door vliegt, naar je familie als je iets overkomt, maar ook naar je collega-motorrijders. Want als het zo doorgaat, is het binnenkort gewoon voorbij en moeten we achter in de rij aansluiten en dat is wel het laatste wat we willen, toch?
En nu ik toch bezig ben, doe alsjeblieft je helm af bij het afrekenen van je tankbeurt. Ook dat is gewoon een stukje fatsoen richting de medewerker van het pompstation die misschien al eens is overvallen door een mannetje met zijn helm op...
Weet je niet over welke reclamespotjes ik het heb? Kijk dan eens op www.onbewustasociaal.nl, wie weet steek je er iets van op. Ik deed dat in ieder geval wel.
Zaterdag werd op het Pottendijk-circuit van Emmen de definitieve selectie van de Honda NSF100 Cup bekend gemaakt. Voor Dennis Verbeke werd het de laatste voorbereiding op de eerste competitiewedstrijd die op Paasmaandag in Brakel wordt verreden.
Na de zenuwslopende kwalificatie in Lelystad werden de vijfentwintig overgebleven NSF100-finalisten uitgenodigd voor een trainingsdag op het kartcircuit van Emmen. Die verliep voor de meeste coureurs een stuk vlotter dan tijdens de eerste confrontatie met de Honda-viertaktracer. Ook MOTO73-coureur Dennis Verbeke kreeg tijdens deze ingelaste training steeds meer vertrouwen in het stuurkarakter en de brede powerband van de Honda-eencilinder.
“In Lelystad waren de sessies eigenlijk net iets te kort om gewend te raken aan de gedrongen zitpositie en de omgekeerde race-schakeling, maar in Emmen zat ik meteen in het juiste race-ritme. Tijdens de ochtendtraining moest ik nog wel even wennen aan de totaal andere lijnen die je met deze motor moet rijden. Vergeleken met de Yamaha TZR50 ligt de topsnelheid van de Honda NSF100 een stuk hoger en ook de gasrespons is veel directer. Dat betekent dat je de bochten totaal anders moet aansnijden en dat je het beschikbare vermogen helemaal anders moet benutten. Maar in de voorlaatste sessie zat de snelheid er goed in en ook het schakelen en remmen begon steeds vlotter te gaan. Wat je wel merkt is het grote niveauverschil: een aantal rijders uit de pocketbikes zijn echt bloedsnel. Die hebben qua snelheid en stuurvaardigheid wel een voorsprong op de rest. Wat op zich niet zo verwonderlijk is, want zij zijn natuurlijk gewend aan het stuurkarakter van deze mini-racers. Zij gingen tijdens deze training al meteen op race-snelheid rijden, maar daar was ik zelf nog niet helemaal aan toe. Ik heb deze training vooral benut om mijn stuurvaardigheid met de Honda aan te scherpen en vooral ook om voldoende meters te maken, zonder te crashen. En die missie was volledig geslaagd, want het zelfvertrouwen dat ik in Lelystad volledig mistte, is weer helemaal terug! Ik denk dat het een ander verhaal wordt wanneer we op 13 april onze eerste races gaan rijden, want een wedstrijd is toch altijd anders dan een training. Ik weet nu ongeveer waar ik sta en ik besef ook dat ik nog heel wat achterstand heb in te halen. Maar de confrontatie met snellere rijders kan ook positief werken. Dat merk je eigenlijk nu al. Zodra je kunt aanpikken bij een van de snellere jongens, zie je meteen wat je tekortkomingen zijn qua stuurtechniek en waar je als coureur nog moet aan werken.”
De wedstrijdkalender van de Honda NSF100 Cup bestaat uit acht wedstrijden die over twee manches worden verreden. Elke wedstrijd bestaat uit een training en een kwalificatie van vijftien minuten en twee wedstrijdmanches van twintig minuten. Alle races worden op zaterdag verreden en maken deel uit van het wedstrijdprogramma van de SOBW (www.sobw.nl). Ook de puntentelling is conform het reglement van de Stichting Organisatie Brommer Wegraces.
De kampioen van de Nederlandse NSF100 Cup wordt aan het eind van het seizoen door Honda uitgenodigd voor de grote finale die in het bijprogramma van de MotoGP-race in Motegi wordt verreden. In deze race komen alle NSF-kampioenen uit de hele wereld tegen elkaar uit. Op 26 april krijgen de geselecteerde deelnemers al een voorproefje van wat hun eventueel te wachten staat in Japan. Tijdens het Superbike-weekend in Assen wordt namelijk voor de hoofdtribune een demonstratiewedstrijd van de NSF100 Cup verreden.
Wedstrijdkalender Honda NSF100 Cup
14 maart trainingsdag Emmen 13 april Brakel 26 april Assen (demonstratierace) 9 mei Emmen 23 mei Arkel 1 juni Staphorst 4 juli Lelystad 2 augustus Veldhoven 5 september Berghem 19 september Zwolle