Dennis Verbeke en Joost den Otter hebben met groot machtsvertoon de TZR Yamaha-klasse gewonnen tijdens de 4 uursrace van Croix-en-Ternois.
Ondanks de stormachtige weersomstandigheden en de geselende regenvlagen legde het MOTO73-team 136 ronden af op het Noord-Franse circuit iets ten oosten van Le Touquet, waardoor ze in de totaalstand op een fantastische 29e plaats eindigden (op een totaal van 68 deelnemende teams). Dat was ruimschoots voldoende voor de winst in de Yamaha TZR-klasse, maar bovendien lieten ze een heleboel deelnemers achter zich uit de snellere (niet-standaard) klassen.
Joost den Otter: “Allereerst vond ik het natuurlijk zonde dat het zo hard regende, maar gelukkig had Andre Gebben de machine uitstekend geprepareerd, zodat we absoluut geen problemen hadden met al het water dat over de baan stroomde. Meestal rijden we met de TZR Yamaha Cup op korte kartbaantjes, waardoor het wel even wennen was aan de lange vloeiende bochtencombinaties van het circuit Croix-en-Ternois. Maar wat een gave baan: het voelde net aan als racen op het TT-circuit van Assen. Met dat verschil dat we hier ook nog eens met hoogteverschillen te maken kregen. Ook qua organisatie was het superprofessioneel; deze 4 uursrace is voor de meeste teams de belangrijkste race van het seizoen en dat was goed te merken. Iedereen was voor de start flink gespannen, wat natuurlijk ook met de weersomstandigheden te maken had.”
“De regen kwam echt met bakken uit de hemel en bovendien stond er een stormachtige wind die op het rechte stuk voor de nodige problemen zorgde. Samen met Dennis en de beide papa’s hadden we vooraf een duidelijke wedstrijdstrategie voor de pitstops doorgenomen. Afgesproken was dat ik zou starten en op de baan bleef voor een half uur wat goed bleek voor ca. 20 ronden. Daarna zou Dennis het stuur overnemen voor ook een half uur.Daarna reden om beurten ca 20 minuten en op het laatst circa 15 minuten per persoon. Dat bleek in de praktijk perfect uit te pakken, want al na twee uur wedstrijd hadden we drie ronden voorsprong op het tweede Yamaha TZR-team.”
“De meeste andere teams gingen namelijk al veel vroeger de pitstraat in en dat betekent dus onnodig tijdsverlies. In een Endurance-wedstrijd moet je vooral meters trachten te maken en die maak je niet als je stil staat in de pitstraat. In totaal hebben we samen 136 ronden gereden wat een prachtige eerste plaats opleverde en een al even mooie 29e plaats in de eindrangschikking. Doorweekt, doodmoe en blauw van de kou, maar beretrots dat we dit samen hebben gepresteerd. Ik vond het echt super, maar ik had van te voren nooit gedacht dat het zo zwaar zou worden. Voor volgend jaar hoop ik op wat droger weer, maar ik zal er zeker weten bij zijn.”
Dennis Verbeke: “Maandenlang had ik naar deze wedstrijd toegeleefd, maar zelfs dan nog had ik vooraf nooit kunnen dromen dat we zo’n fantastisch weekend zouden beleven. Wat een gaaf baantje was dat. En wat liep onze Yamaha super! Andre Gebben had er duidelijk werk van gemaakt, want het blok gaf gedurende vier uur wedstrijd echt geen klap verkeerd. In de ochtendtraining ging het bijna mis, want door een remfout ging ik op het eind van het rechte stuk met 120 km/uur onderuit. Gelukkig bleef de schade beperkt tot wat krassen op de kuip, maar ik was wel flink geschrokken! Niet alleen het water op de baan was verraderlijk; sommige bochten waren ook spiegelglad door olie op de baan. Na die klapper was ik in de tweede training echt niet vooruit te branden, maar gelukkig nam Joost de start, zodat ik nog even tijd had om te bekomen.”
“Gek genoeg zat ik tijdens de wedstrijd meteen in m’n ritme. Maar ik had mijn lesje wel geleerd: absoluut geen risico’s nemen in de bochten en proberen overeind te blijven. Mijn vader had vooraf de wedstrijdstrategie bepaald en dat bleek uitstekend te werken: door elk twee runs van een half uur te maken, hadden we gelijk twee ronden voorsprong op de concurrentie en die voorsprong is tijdens de race alleen maar toegenomen. Het laatste wedstrijduur was ontzettend zwaar: ik was totaal verkleumd en het zicht werd door de striemende regen steeds slechter. Maar de wind maakte het pas echt gevaarlijk. Soms werd je op het rechte stuk zomaar richting pitmuur geblazen, zo hard stormde het. Maar dat gevoel om na zo’n wedstrijd als eerste over de finish te komen is werkelijk onbeschrijflijk! Natuurlijk had ik vooraf stiekem gedroomd van de overwinning, maar dat we ook nog eens op een 29e plek zouden eindigen, was natuurlijk ongelooflijk. Wel jammer dat we in de tent niet met de champagne mochten spuiten, iedereen was blijkbaar al nat genoeg…”
De slotwedstrijd van de TZR Yamaha Cup op het Midland-circuit van Lelystad werd een grandioze apotheose van mijn debuutseizoen in de racerij. Met een afgetekende dubbelzege was ik meteen ook zeker van de derde plaats in de eindstand van het kampioenschap! Maar eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat door de afwezigheid van mijn belangrijkste concurrenten het seizoen toch min of meer in mineur eindigde.
Blessures zijn onlosmakelijk verbonden met de racerij, maar soms zit een ongeluk in een héél klein hoekje. Toen ik drie dagen voor de wedstrijd in Lelystad werd gebeld door (kersvers TZR-kampioen) Joost den Otter dat hij door een verkeersongeval niet kon deelnemen aan de laatste race van het seizoen, wist ik meteen dat de laatste confrontatie van het seizoen op een anticlimax zou uitdraaien. Als je het hele jaar met elkaar in de clinch ligt, kijk je telkens weer uit naar de volgende confrontatie. Je belangrijkste oponent is je referentiekader, je streefdoel, je richtpunt en je grootste uitdaging.
Zonder de constante dreiging van Casey Stoner zou Valentino Rossi ook maar een beetje doelloos in de rondte rijden, als je begrijpt wat ik bedoel. Wat was er dan precies gebeurd? Joost was tijdens een ritje met zijn brommer keihard ten val gekomen bij wegwerkzaamheden bij hem in de buurt van Dwingeloo. Ben je het hele seizoen op haren en snaren op het circuit aan het racen en dan gebeurt je dit...
Nou ja, gezien de opgevouwen staat van zijn brommer mag hij nog van geluk spreken dat de gevolgen beperkt bleven tot een hersenschudding en een paar zware kneuzingen. De kromgeslagen voorvork van zijn TZR Yamaha zat zowat tot tegen het motorblok geplooid. Op de baan mogen we dan de grootste concurrenten van elkaar zijn, naast het circuit zijn we gewoon de beste maatjes. Het onvoorwaardelijke enthousiasme waarmee Joost en zijn vader Jaco de racerij benaderen was voor mij de doorslaggevende factor om definitief voor de motorsport te kiezen en van die keus heb ik nog geen minuut spijt gehad.
Niettegenstaande Joost verging van de pijn, wou hij toch perse in Lelystad aanwezig zijn om voor mij te sleutelen. Ik wil hem langs deze weg nog een keer extra bedanken voor al zijn hulp. Zijn aanwezigheid was voor mij een extra stimulans om de laatste race met een overwinning af te sluiten. Over beide races kan ik kort zijn: die liepen in beide gevallen precies zoals ik het mij had voorgesteld. Twee keer kopstart gevolgd door een afgetekende start-finish-overwinning! Ik hoefde zelfs niet tot het uiterste te gaan om beide manches te winnen, want in de kwalificatietraining was ik reeds twee seconden sneller dan de concurrentie!
Echt veel sportieve voldoening hield ik er niet aan over, maar het was wel ruimschoots voldoende om mijn derde plek in het kampioenschap veilig te stellen. Een vierde plaats in een van beide wedstrijdmanches was reeds voldoende geweest om die beker veilig te stellen, maar door deze dubbelzege werden de laatste twijfels voorgoed van tafel geveegd.
De wedstrijd in Lelystad werd trouwens ook een opsteker van formaat voor Dianne Geesink, die op het Midland-circuit haar eerste podiumplaats van het seizoen behaalde door als derde te finishen voor gastrijder Mark Loeffen. Iets minder voorspoedig verliep de wedstrijd voor Kevin Keessen, die aan het eind van de eerste manche zwaar ten val kwam. Gelukkig bleef het blessureleed beperkt tot een zware rugkneuzing, maar hopelijk is hij volgende week weer helemaal hersteld voor de 4-uursrace van Croix-en-Ternois!
Momenteel zijn Joost en ik druk bezig met de laatste voorbereidingen voor onze eerste buitenlandse wedstrijd op het Noordfranse circuit nabij Lille. Onze beide Yamaha’s zijn inmiddels bij Andre Gebben in Rougat binnegebracht voor een laatste technische check-up, een setje gloednieuwe BT45-banden is geregeld via Bridgestone Nederland en de hele logistiek eromheen loopt gesmeerd. Vooral dat laatste kost nog het meeste tijd, want een buitenlandse 4-uursrace vergt nu eenmaal veel meer voorbereiding dan een nationale wedstrijd. Volgens SOBW-voorzitter Cees van Galen komen er ook een aantal Britse teams aan de start. Dat wordt dus zowel voor Joost als voor mezelf de eerste internationale confrontatie. Supergaaf!
Hoe onze race in Croix-en-Ternois verloopt is trouwens te volgen op de website van MOTO73, want elk uur krijg je een update van de actuele stand van zaken.
Na mijn ‘maiden win’ in Veldhoven was ik er meer dan ooit op gebrand om tijdens mijn thuiswedstrijd in Zwolle opnieuw voor de volle winst te gaan. Die ambities werden helaas gedwarsboomd door een crash in de eerste manche. Gelukkig bleef de schade beperkt door een tweede plaats in de slotmanche.
De voorlaatste wedstrijd van het seizoen op het recreatiegebied Wythemerplas begon ’s ochtends in de stromende regen. Tot nu toe werden alle wedstrijden in droge weersomstandigheden verreden, dus dat was even flink wennen. Maar ondanks de kletsnatte baan bood het ruwe asfalt verrassend veel grip. Vooral in de regen spelen de banden een doorslaggevende rol maar ook nu weer bleken de Bridgestone BT45’s verrassend veel grip te bieden. Na de vrije training wist ik gelijk dat dit snelle baantje met z’n vloeiende bochtencombinaties mij erg goed lag.
Net voor de kwalificatietraining hield het op met regenen en even later brak zelfs de zon door de wolken. Door de aanwakkerende wind begon het circuit razendsnel op te drogen, maar juist daardoor werd de grip erg verraderlijk, want in de schaduwplekken was het circuit nog steeds kletsnat. In de eerste helft van de training reed ik nog steeds met de nodige reserves, maar in de slotfase van de tijdtraining had ik plots de open ruimte om voluit te gaan. Ik had niet het gevoel dat ik echt tot op de limiet was gegaan, maar na afloop bleek ik wel de snelste rondetijd te hebben gereden. Meestal maak ik mij niet al te druk over de rondetijden van de kwalificatietraining, maar op dit smalle baantje was het wel degelijk van belang om vanaf pole van start te kunnen gaan. Inhalen was slechts op een paar plaatsen mogelijk; een slechte start betekent dus meestal ook een verloren wedstrijd.
Op een snel circuit met weinig uitloopmogelijkheden ligt het aantal crashes meestal hoger dan op een baan waar je je stuurfouten kunt corrigeren op het asfalt naast de ideale lijn. Dat bleek ook in Zwolle het geval, want vanaf de eerste trainingen lag het aantal valpartijen veel hoger dan gewoonlijk. Tot dusver had ik daar zelf weinig last van ondervonden, maar helemaal probleemloos verliep mijn voorbereiding nu ook weer niet. Om nog onverklaarbare redenen (waarschijnlijk een iets te agressief reinigingsmiddel gebruikt) was de lijm tussen de kuip en het ruitje helemaal opgelost, waardoor zich een ondoorzichtige prutlaag had vastgezet aan de binnenkant van het kuipruitje. Het leek wel of de lijm was versmolten met het plexiglas, want elke poging om de ruit schoon te krijgen mislukte op faliekante wijze. Sterker nog, door al het intensieve poetswerk werd het zicht helemaal tot nul herleid! Natuurlijk kijk je tijdens het rijden over het kuipje heen, maar het was alles behalve een prettig vooruitzicht om onder dit soort omstandigheden aan de wedstrijd te beginnen.
Er zat niets anders op dan op zoek te gaan naar een andere kuipruit, maar waar tover je die zo snel vandaan? Gelukkig bleek Andre Gebben (Gebben Motoren uit het nabijgelegen Rougat) nog wel een kuipruitje op voorraad te hebben, maar het was natuurlijk uitgesloten dat ik die op tijd zou krijgen voor de start van de eerste manche. Mijn vader is als een gek heen en weer gereden, maar toen hij eindelijk terug was, stonden we de motoren al warm te draaien in het parc fermé. Ik heb nog even overwogen om zonder kuipruitje te starten, maar uiteindelijk heb ik toch maar besloten om met het melkwitte stukje plexiglas van start te gaan.
Inmiddels was de baan helemaal opgedroogd en konden we onder een strakblauwe lucht opstellen voor de start van de eerste manche. Mijn start verliep vlekkeloos (alhoewel het op het randje was van het startlicht), maar bij het aanremmen van de eerste bocht kon ik niet voorkomen dat Joost den Otter – de kersverse kampioen in de Yamaha TZR-klasse – de leiding overnam. Doordat ik gelijk bij hem kon aanpikken, sloegen we vrijwel meteen een gat op Allard van Zijderveld. Door het strakke tempo dat we er op nahielden, hadden we na drie ronden al een dusdanig grote voorsprong dat het vrijwel zeker was dat de strijd om de manchezege tussen Joost en mij zou gaan. Op het start-finish-gedeelte was ik telkens sneller dan Joost, dus ik wist dat ik daar mijn aanval moest plaatsen om de leiding over te nemen. De eerste inhaalpoging aan het eind van het rechte stuk wist hij nog te pareren, maar in de vierde ronde lukte het dan toch om hem met een extreem late remactie buitenom te passeren. Inmiddels heb ik genoeg wedstrijden met Joost in de clinch gelegen om te weten dat hij zich nooit zomaar gewonnen geeft. Om te voorkomen dat hij zich zou vastbijten in mijn achterwiel besloot ik het tempo nog wat op te schroeven. Dat was – achteraf bekeken – niet zo’n verstandige beslissing, want amper een ronde later sloeg het noodlot toe. Bij het insturen van de snelle rechterknik na het startfinish-gedeelte drifte ik net iets teveel naar buiten, waardoor mijn voorwiel eventjes in het gras terecht kwam.
Voor ik het wist lag de motor tien meter verderop en vloog ik zelf door de lucht. Ik kon mezelf wel vervloeken dat ik zoveel risico’s had genomen, want op het ogenblik van de crash had ik al een paar machinelengtes voorsprong. Die tempoversnelling was eigenlijk niet nodig geweest, maar achteraf is het altijd makkkelijk praten. Gelukkig bleef de schade beperkt tot wat krassen op de kuip, maar de kansen op de overwinning waren definitief verkeken. Ik kon de wedstrijd nog wel hervatten, maar meer dan een derde plaats (achter Joost den Otter en Allard van Zijderveld) zat er niet meer in. Jammer maar helaas...
Na afloop van de race bleek ook het remhendel lichtjes beschadigd, waardoor er nog wat heel wat sleutelwerk aan te pas kwam om de motor wedstrijdklaar te krijgen voor de tweede manche, want ook het nieuwe ruitje moest nog op de kuip worden gemonteerd. Daar kregen we ruimschoots de tijd voor, want door een aantal rode-vlag-situaties in de andere races liep het programma behoorlijk uit.
Ruim een uur later dan voorzien kregen we het licht op groen voor de start van de tweede en beslissende manche. Ik had weliswaar geen blessures opgelopen tijdens die crash in de eerste manche, maar helemaal lekker voelde ik me nu ook weer niet. Bovendien was het zelfvertrouwen een beetje zoek. Net als in de eerste manche nam Joost den Otter onmiddellijk leiding, maar ik had dit keer niet meer de energie om met hem mee te gaan. Terwijl Joost den Otter onbedreigd naar zijn zoveelste dubbelzege van dit seizoen reed, besloot ik mij te concentreren op de tweede plaats, wat meteen ook goed was voor de tweede podiumplaats voor Allard van Zijderveld.
Per slot van rekening kon ik die punten goed gebruiken, want in de laatste wedstrijd in Lelystad heb ik nu genoeg aan een vierde plaats om de derde plaats in de eindstand van het kampioenschap veilig te stellen. Na alles wat er dit weekend is gebeurd, hoor ik eigenlijk tevreden te zijn met mijn tweede plaats, maar ergens had ik wel het gevoel dat er meer had ingezeten. Over twee weken wordt op het Midland circuit van Lelystad de laatste race van Yamaha TZR-cup verreden. Het zou mooi zijn als ik de slotwedstrijd van mijn debuutseizoen kon afsluiten met een klinkende overwinning!
Na een geweldige tweede plek op circuit De Pottendijk was deze week Veldhoven aan de beurt. Helaas kon mijn vader, Luc, niet omdat hij voor z’n werk in het buitenland zat. Gelukkig wilde Joost de Otter en zijn pa mij een lift geven naar Veldhoven. Joost en pa, bedankt!
We vertrokken een dag van te voren omdat Veldhoven ongeveer 200 kilometer rijden is voor ons. Uit ervaring weet ik dat op een racedag vroeg opstaan niet echt bevorderlijk is voor je prestaties op het circuit… Normaal doe je over 200 kilometer ongeveer twee uur maar niet in Nederland. Pas na ruim vier uur waren we in Veldhoven. Om de feestvreugde te vergroten was het ook nog eens gaan regenen.
De volgende morgen was ik al vroeg op. Helaas was het al weer (of nog steeds) aan het regenen. Dus met paraplu op zoek naar mijn brommer want die hadden vrienden meegenomen. In de regen zoeken is niet bepaald mijn hobby maar gelukkig vond ik al snel de TZR.
Gelukkig waren wij niet de eersten die de baan op moesten waardoor ik mooi even kon afkijken bij de andere coureurs. Al meteen werd duidelijk dat het erg glad was want er waren veel valpartijen waarvan een aantal zelfs vrij zwaar. Niemand raakte gewond maar het zet je wel aan het denken. “Rustig aan doen Dennis, rustig aan doen”, was de tip van een man langs de baan. Dat advies nam ik zeer serieus.
De natte baan gaf mij wel de mogelijkheid om te leren in de regen te rijden. Dat viel nog niet mee, het was een soort glibberen voor gevorderden. Ik was blij dat de training niet zo lang duurde. Een uur later, tijdens de kwalificatie, was het circuit opgedroogd! YES! Gedurende deze training ging ik steeds beter rijden, het voelde echt goed. Uiteindelijk kwam ik 0.034 seconde te kort op Allard van Zijdeveld om de pole te pakken. Even baal je dan maar daarna ben ik mij gaan richten op de race. Dan worden immers pas de punten verdeeld.
Na een lange (veel te lange) pauze konden we eindelijk gaan beginnen met de eerste wedstrijd. Mijn start was goed, ik begin het nu echt door te krijgen, en ik kon mijn tweede plaats behouden. Maar ik wilde meer. Alleen daarvoor moest ik wel Allard in zien te halen. Geen gemakkelijke opgave want hij ging erg hard. Uiteindelijk merkte ik dat ik teveel risico’s aan het nemen was en besloot eieren voor mijn geld te kiezen en met de tweede plaats genoegen te nemen.
Ook de start van de tweede manche was goed. Achter Allard en Joost de Otter dook is als derde bocht in. Er onstand een mooi duel waarin ik al snel op een tweede plaats kwam te liggen, opnieuw achter Allard. Ditmaal kon hij niet weglopen. Sterker nog, halverwege pakte ik de eerste plaats over! Dat duurde echter niet lang want Allard wilde duidelijk ook winnen. Iets te duidelijk want hij maakte een foutje. Nadat ik een achterblijver ingehaald had, kon ik weglopen van de rest van het veld. Niets stond de eerste overwinning nog in de weg! Wat een prachtig gevoel. Helaas dat mijn vader er niet live bij was. Maar dankzij de pa van Joost en de techniek was hij toch getuige van mijn eerste victorie in deze klasse aangezien Joost’s vader mijn pa had gebeld in de laatste ronde.
Met de grootste beker en 75 euro in de pocket ben ik natuurlijk helemaal tevreden over deze racedag! De eerste overwinning is binnen. Winnen in je debuutjaar, het kan slechter…
De tweede wedstrijd op het Pottendijkcircuit in Emmen stond wekenlang roodomcirkeld in mijn schoolagenda, want op dit baantje had ik voor de zomerstop reeds mijn beste seizoenresultaat behaald. Sommige circuits liggen je nu eenmaal beter dan andere, wat eigenlijk een onverklaarbaar fenomeen is.
Waarom rijdt Valentino Rossi altijd de sterren van de hemel op Assen en komt hij altijd in de problemen op de Sachsenring? Waarom kan Chris Vermeulen telkens zichzelf overstijgen op Laguna Seca, terwijl hij op sommige andere circuits nauwelijks een top-tien-resultaat kan behalen? Zelfvertrouwen is geen exacte wetenschap, want als dat zo was stond telkens dezelfde top-drie op het MotoGP-podium. Het besef dat je voor de volle winst kunt gaan, geeft je vleugels, op welk niveau je ook racet!
Het was natuurlijk wel een meevaller dat er op de vrijdag voorafgaand aan de wedstrijd kon getraind worden op het Pottendijk-circuit! Helaas was ik pas iets na drieën vrij van school, waardoor ik tegen de klok van vijven aan die training kon beginnen. Maar zelfs dat uurtje training was op zich al voldoende om de volgende dag extra scherp aan de wedstrijd te beginnen. De ideale lijnen zitten gelijk in je hoofd, je hoeft niet meer te zoeken naar je rempunten en je weet bij voorbaat waar je je tijdswinst kunt halen.
Op zich verliep de vrijdagtraining prima, maar in het laatste trainingskwartier begon ik me steeds beroerder te voelen. De misselijkheid werd zo erg dat ik tien minuten voor de klok van zessen – het tijdstip dat de baan gesloten werd – moest stoppen met rijden. Geen idee wat de oorzaak was, maar op de terugweg naar huis moest mijn vader de auto aan de kant zetten voor een weinig smakelijk intermezzo. Het gekke was: van zodra het hele lunchpakket er in vloeibare vorm was uitgekomen, was ook de misselijkheid op slag voorbij. Typisch gevalletje van voedselvergiftiging? Het leek er verdacht veel op. Thuis gelijk onder de douche, nog even een kleinigheid eten en vervolgens op tijd m’n bed in.
Voor de race op Pottendijk wou ik topfit aan de start verschijnen. De nachtrust verliep prima, maar de volgende dag had ik nog steeds last van opspelende buikkrampen. Meestal krijg ik op de wedstrijdag geen hap door m’n keel van de zenuwen, maar dit keer moest het wel. Anders hebben de brandende maagsappen helemaal vrij spel in je vergiftigde darmflora. Na het eten van een paar mueslirepen en het drinken van een litertje water begon ik me steeds beter te voelen. Wat zich ook meteen ook vertaalde in een tweede tijd tijdens de kwalificatietraining.
Meestal begin ik tijdens de vrije training vrij langzaam, maar nu kon ik gelijk voluit gaan. Die extra vrijdagtraining had nog een groot voordeel: de gloednieuwe Bridgestone-banden moesten niet meer “opgeruwd” worden. Ik kon wel gelijk merken dat deze nieuwe BT45’s behoorlijk wat meer grip boden. Na vijf races met het vorige setje banden begon de achterband steeds meer uit te breken. De grip was nog steeds voorspelbaar, maar je merkte gewoon dat de slijtage van het loopvlak niet meer de bijterige snit kon bieden om echt op de rand van de banden te gaan rijden. Maar met dit nieuwe setje banden kon dat dus wel. Het blijft natuurlijk altijd opletten geblazen tijdens de eerste training, want door de rubberafzetting van de karts is het in de ochtenuren altijd glad op het Pottendijkcircuit. En nu helemaal, want door de ochtendnevel was de temperatuur gezakt tot elf graden.
Ik was slechts een fractie sneller dan Allard van Zuiderveld, maar ik wist dat ik op bepaalde secties nog wat reserves achter de hand had. Tijdens de laatste wedstrijd in Berghem had ik ook een tweede trainingstijd behaald, maar daar verloor ik eigenlijk al gelijk de wedstrijd door twee slechte starts. Dat zou me geen tweede keer overkomen, had ik me voorgenomen. Tijdens de vrijdagtraining had ik extra geoefend om het gevoel van de koppeling onder de knie te krijgen en dat bleek meteen te werken. De eerste meters verliepen wederom niet helemaal naar wens, maar in de eerste bocht kon ik wel gelijk aanpikken bij Joost den Otter, die als polesitter meteen vanaf de eerste ronde het tempo van de wedstrijd bepaalde. Het wedstrijdritme lag dusdanig hoog dat we gelijk met z’n tweeën een gat sloegen op de achterblijvers. Ik wist dat het heel moeilijk zou worden om Joost in te halen, maar in de vierde ronde wist ik zelfs eventjes uit zijn slipstream de leiding te pakken. De vreugde was van korte duur, want in het uitremmen bij de eerste rechterbocht ging ik veel te vroeg in de ankers. Met als gevolg dat Joost opnieuw de leiding nam en gelijk een tandje bij stak. Die tempoversnelling kon ik niet meer pareren, waardoor ik mij tevreden moest stellen met de tweede plaats. De euforie was er beslist niet minder om, want zo dicht was ik nog nooit bij hem in de buurt gefinisht! Het kwam er nu op aan om die “flow” door te zetten in de tweede en beslissende manche.
In eerste instantie leek er geen vuiltje aan de lucht, want ook dit keer kon ik meteen aanpikken bij het achterwiel van Joost. Helaas verloor ik door een paar kleine stuurfoutjes meteen de aansluiting op zijn achterwiel, waardoor de snelheid er gelijk uit was. Tot overmaat van ramp wist Allard van Zuiderveld handig gebruik te maken van mijn missers, want in de derde ronde verraste hij mij met een extreem late uitremactie, waardoor ik naar de derde plaats werd verwezen. Ik kon mezelf wel voor de kop slaan, want ik wist gewoon dat ik veel sneller kon.
Razernij moet je ten alle tijden zien te vermijden tijdens het racen, want daardoor ga je meestal nog meer fouten maken. Maar een herhaling van de wedstrijd in Berghem wou ik ten koste van alles vermijden. Bovendien wist ik gewoon dat ik op dit circuit vele malen sneller kon. Dat was ook het moment dat bij de knop omging: ik moest en zou die tweede plaats terugpakken. Wellicht maakt je lichaam op dat soort momenten zoveel adrenaline aan, dat je reactiesnelheden in een soort overdrive-situatie terecht komen. Op slag lukt alles: plots rem je later, accelereer je eerder en zie je de dingen tien keer scherper dan dat je ze ooit hebt waargenomen. De aanzet van de tweede wedstrijdhelft verliep zo goed dat ik na de inhaalactie van Allard zelfs zienderogen begon in te lopen op de leider van de wedstrijd. Op een bepaald ogenblik reed ik zelfs een seconde sneller dan Joost den Otter, die op dat ogenblik al op safe aan het rijden was. Pas toen hij van zijn vader doorkreeg dat ik met rasse schreden begon in te lopen op hem, ging hij er nog een keer goed voor zitten. Hierdoor kwam ik in de slofase van de race net een paar lengtes te kort om de aansluiting helemaal dicht te rijden, maar mijn beste wedstrijdresultaat van het seizoen konden ze mij niet meer afpakken. Tweede plaats, twee keer een nieuw baanrecord. Je zou voor minder naast je race-laarzen beginnen lopen...
Het spreekwoord zegt: als tweede ben je de eerste verliezer, maar zo voelde het beslist niet. Zelfs al had ik kunnen aanpikken bij Joost, dan nog zou het heel moeilijk zijn geweest om hem ook nog eens voorbij de te gaan. Ik mis nog een beetje het mentale uithoudingsvermogen om de hele wedstrijd constante rondetijden te rijden. Joost steekt momenteel met kop en schouders boven de concurrentie uit en is dan ook veruit de grootste kanshebber om dit jaar de titel te pakken in de TZR Yamaha-cup. Maar het verschil wordt wel elke wedstrijd kleiner, wat op zich wel leuk is, zowel voor hem als voor mij. Van een directe tweestrijd is voorlopig nog geen sprake, maar het feit dat ik steeds dichter in zijn buurt kom is wel een fantastische motivatiestimulans!
De volgende race in Veldhoven staat volgend weekend al op het programma en een week later rijd ik bij wijze van spreke een “thuiswedstrijd” op het circuit van de Wythemer Plas in Zwolle. Op deze circuits heb ik nog nooit eerder gereden, maar met het wedstrijdritme dat ik nu te pakken heb, moet het helemaal goed komen! Wil je ook een keertje een wedstrijd meemaken van de Yamaha TZR Cup of een van de andere 50cc-klassen van de Stichting organisatie Brommer Wegraces, surf dan naar www.sobw.nl.
coureurs: Edwin Ott, Alex Ott, Eric Ott en Mark Slingenberg.
teamleader: Karin Ott.
Het eerste jaar dat wij de endurance gingen rijden zat Eric nog in de juniorcup en die mocht niet meedoen, Alex wilde zijn moeder liever niet in het team, hij wilde competitief zijn dus kwam Mark in ons team (staat altijd al in onze pitbox)
Karin langs de pitmuur en voor de catering. Herry als monteur en Harald Tijms als endurance deskundige.
Dit jaar is Eric er bij als coureur, dus alle Ottjes zijn in touw bij de 500 km van Assen. ps dit jaar rijdt de hele Ott familie in de Supercup 600 welke familie doet ons dit na?
Wij zijn TEAM N 254 en doen mee aan de 500 km race op Assen. Dit is voor ons het hoogte punt van het jaar en kijken er al veel belovend naar uit.
Normaal rijden we mee met de Supercup competitie en sprint races op Zolder. De endurance race is voor ons een uitdaging om te laten zien wat we ook als team in ons mars hebben. Hierbij zijn tactiek en goede pitstops uiteraard van groot belang.
Team N 254 is opgericht in 2004 nadat de openbare weg geen uitdaging meer was en het ons te gevaarlijk werd. Vooral op het klaverblad van de N 254, vandaar dus de naam. Je gaat dan eens een keer circuit rijden en verslaafd ben je!! ( er is namelijk geen weg meer terug)
We weten ons nog te herinneren de eerste keer op de motor naar het circuit van Zolder. Dat is voor ons 140 kilometer rijden. We kwamen daar aan en zagen ook diverse teams met een bus of vrachtauto, stapels banden, monteurs enz, enz….
We gingen rijden en hadden de mooiste dag van ons leven. En ’s avonds weer op de motor terug naar huis.
Inmiddels rijzen we diverse circuits af met onze bus (stapels banden enz, enz…)en hebben al veel mooie dingen meegemaakt.
Zo ook gaan we nu dus naar de 500 km in Assen en hopen daar een goed resultaat te scoren.
Ons Team bestaat uit de volgende coureurs:
Kees van de Kreeke: rijder van Suzuki GSX-R 1000 K5
Allemachtig, wat duurde die zomerstop lang! Na een maand vakantie was de gretigheid om terug te gaan racen groter dan ooit. Bovendien was het Nieuw Zevenbergen-circuit van Berghem bekend terrein, want hier had ik voor de zomerpauze al een wedstrijd gereden. Met dat verschil dat er nu een totaal ander parcours was uitgezet op het middenterrein van de kartbaan.
Hoewel het in de eerste training even wennen was om de juiste lijnen te vinden, vond ik deze circuit-lay-out veel leuker. In het vorige baantje zaten een paar korte haakse knikken die bovendien verraderlijk glad waren. Nu was het aaneenschakeling van vloeiende doorlopende bochten, waardoor de snelheid er veel meer inbleef. Wat niet wegneemt dat het in de ochtendtraining nog steeds opletten geblazen was, want door de dikke rubberlaag die de karts achterlaten is het asfalt in Berghem altijd superglad, zeker als de ochtendtemperatuur maar net boven de tien graden uitkomt.
De eerste training ga ik trouwens nooit voluit. Dat hoeft ook niet, want die is eigenlijk bedoeld om de baan te leren kennen. En die tijd benut ik echt maximaal. Als je gelijk vol aanzet heb je geen tijd om de juiste lijnen te kiezen en de rempunten te bepalen. Bovendien levert het niets op, want de rondetijden worden pas geklokt tijdens de kwalificatietraining. Na elke training ga ik ook altijd kijken welke lijnen de jongens van de expi-klasse rijden, want ook daar steek je enorm veel van op!
Ook op dit circuit zaten weer een paar secties waar je door één bocht op te offeren, veel beter uitkwam in de volgende bochtencombinatie. In de Yamaha TZR50-klasse beschik je over zo weinig vermogen, dat elke rem- of schakelfout genadeloos wordt afgestraft. De geringste misser kost gelijk zoveel meters, dat je minsten twee ronden nodig hebt om de achterstand weer goed te maken. De kunst is om zo vloeiend mogelijk te sturen en de maximale breedte van het kartcircuit te gebruiken.
Ik had in de eerste training al meteen een goed gevoel over dit circuit. Het liep gewoon ontzettend lekker en dat werd meteen bevestigd door mijn rondetijden in de kwalificatietraining: tweede tijd op slechts een paar tienden van de poletijd van Allard van Zijderveld. Dat was kicken! Na de tijdtraining had ik echt het gevoel dat dit mijn beste wedstrijd van het seizoen zou gaan worden, maar helaas was de euforie van korte duur. Ik kwam er al snel achter dat een snelle trainingstijd niet per definitie een gewonnen wedstrijd oplevert...
Wat ging er mis? Tja, toch weer die start. Het duurde heel lang voor de startlichten aangingen en vervolgens gingen ze binnen de seconde weer uit. Voor ik goed en wel besefte wat er aan de hand was, lag ik gelijk op een vierde plek. Bovendien had ik de pech dat de leiders van de wedstrijd – Joost den Otter en Allard van Zijderveld – gelijk een gat sloegen. Als ik gelijk na de gemiste start de derde plaats had kunnen pakken, had ik meteen bij dit tweetal kunnen aanpikken en was het wellicht een compleet andere wedstrijd geworden. Nu kwam ik alleen te rijden en dan is het toch heel moeilijk om nog harder te gaan pushen. Natuurlijk was een derde plaats niet echt slecht, maar ik baalde als een stekker: er had meer ingezeten.
Gelukkig heb je net als in het WK Superbike een tweede wedstrijdmanche als herkansing, maar helaas... die verliep al even desastreus. Het is de bekende wet van Murphy: als je eenmaal in de hoek zit waar de klappen vallen, blijft de pech je achtervolgen. Nou ja, pech... Deze blunder had ik volledig aan mezelf te danken. Ik weet niet wat me bezielde tijdens de tweede start, maar het leek wel een slowmotion-film. Wat je natuurlijk niet moet doen is staan dromen bij de start. Wat een afgang... Als je zomaar drie plaatsen prijs geeft in de eerste meters van de wedstrijd, weet je gewoon dat het niet meer goed komt. Het was vooral frustrerend omdat mijn rondetijden best goed waren. Van zodra ik op de derde plaats lag, kon ik de koplopers voor me uit zien rijden, dus zo groot was het verschil dit keer niet. Aanvankelijk leek het erop dat ik nog tot in het wiel van Allard kon komen, maar dan begon de bandenslijtage z’n tol te eisen. Door het uitzonderlijk warme zomerweer werd de temperatuur van de achterband zo hoog dat de achterkant een paar keer gevaarlijk wegbrak bij het uitaccelereren. Ik was trouwens niet de enige die daar last van had, want ook Allard – die voor me reed – kreeg af te rekenen met een paar schrikmomentjes. Het had geen zin meer om in die laatste ronden nog onnodige risico’s te nemen, want dat had toch geen winst meer opgeleverd.
Toch ben ik best tevreden over de Bridgestone BT45-banden. De grip is heel constant en voorspelbaar: de band waarschuwt als het ware wanneer je de kritische grens nadert. Na vier races zijn de banden wel dringend aan vervanging toe, maar wat mij betreft komen er exact dezelfde op.
De wedstrijd in Berghem werd met grote overmacht gewonnen door Joost den Otter, die daarmee zijn derde zege op rij wist te behalen. Niet dat het voor Joost bepaald vlotjes verliep, want in de training was ik zelfs sneller dan hem. Net voor de wedstrijd in Berghem had een lekkende voetpakking al de nodige nachtelijke sleuteluurtjes bezorgd en in de kwalificatietraining speelde een verkeerde gearing hem duidelijk parten. Al die opgekropte frustraties vonden blijkbaar hun uitweg in de wedstrijd zelf, want ondanks een fel gevecht met Allard van Zuiderveld, pakte Joost opnieuw de volle winst in beide manches.
Eigenlijk hoor je tevreden te zijn met een derde podiumplaats, maar toch had ik het gevoel dat deze race een opeenstapeling van gemiste kansen was. Vooral ook omdat een aantal goeie vrienden speciaal naar Oss waren gekomen om mij te zien rijden. Uiteraard was het wel kicken dat na afloop tweevoudig Nederlands dubbelkampioen Arie Vos samen met Raymond Schouten even langs kwam om me te feliciteren met mijn derde plaats. Ook zij zijn hun internationale ooit begonnen bij de SOBW (www.sobw.nl) en wellicht hebben ze beide hetzelfde hindernissenparcours met vallen en opstaan moeten leren. Per slot van rekening: niets komt vanzelf in de racerij.
De volgende wedstrijd staat gepland op 30 augustus op het Pottendijk-circuit van Emmen. Dat is wel een wedstrijd waar ik reikhalzend naar uitkijk, want op die baan reed ik tot nu toe mijn beste resultaat van het seizoen.
Afgelopen zaterdag werd de derde wedstrijd verreden in de KNMV-Cup. Uiteraard was RacingHarderwijk ook weer van de partij met MOTO73-redacteur Ramón van Dijk.
De weersverwachting, die vrijdagavond op de beeldbuis verscheen, was niet super. Buiig met af en toe een waterig zonnetje. Ofwel, het kan vriezen, het kan dooien. Maar op zaterdagochtend leek er geen vuiltje aan de lucht...totdat we in de buurt van Assen kwamen. Een gitzwart wolkendek hing boven het circuit en eenmaal aangekomen in het rennerskwartier gingen de hemelsluizen wagenwijd open.
Omdat om half tien de eerste training van de SV-Cup op het programma stond en de baan nog zeiknat was, besloot ik geen onnodige risico’s te nemen. We mogen immers geen regenbanden monteren en omdat ik net genezen ben van een sleutelbeenbreuk leek het me verstandig om het hele spulletje heel te houden. Maar na twee rondjes glibberen en glijden in de regen kreeg ik er zowaar nog schik in ook. De achterkant stapte in iedere bocht weg, maar door het vergevingsgezinde karakter van de Suzuki was de motor goed op de baan te houden en kon ik nog lekker doorrijden. Na vijf rondjes met het water tot in m’n bilnaad hield ik het voor gezien en dook snel de pitbox in voor een warm en droog pak. Met verbazing zag ik de uitslagen; m’n rit op het spekgladde circuit was goed voor een vijfde tijd.
Aan het einde van de ochtend klaarde het weer langzaam maar zeker op. Regenwolken maakten plaats voor zon en de baan was in een mum van tijd opgedroogd. Ideaal om een snelle tijd neer te zetten voor de definitieve startopstelling. Althans dat was m’n plan. Het liep helaas iets anders. Ik ging wat later dan de rest het circuit op om zo vrijbaan voor me te creëren. Helaas kwam ik tot drie keer toe een langzamere deelnemer tegen die ik niet vlotjes voorbij kwam, dus weg snelle ronde. Tsja, ook dat hoort er nu eenmaal bij. Daarna ben ik snel de pitsstraat ingereden om wederom een vrijbaan te creëren. Dat leek te lukken, want bij het ingaan van de laatste ronde had ik niemand voor me. “Nu moet het gebeuren, dit gaat ‘m worden”, dacht ik bij mezelf. Het ging goed tot aan de Ramshoek, daar stuurde ik een fractie te laat in en kwam buiten de baan waardoor ik van het gas moest. Hartslagverhogend kan ik je melden! Dit geintje koste me zeker twee á drie seconden zodat ik uiteindelijk een negende tijd op de klok zette.
Een uur voor de race gingen wederom de hemelsluizen wagenwijd open. Ik hoopte stiekem op een ‘wet-race’, maar na een minuut of twintig stopte de regen net zo snel als dat het begon. De baan werd grotendeels droog gereden door de Supercup 1000 kanonnen die voor ons op het programma stonden. Toch bleek in de opwarmronde de baan niet helemaal droog te zijn, hier en daar was het behoorlijk verraderlijk en nog steeds nat.
Vanaf de negende plaats (derde startrij) had ik een prima start. Samen met Jolle Wind (die naast me op de 10e plaats stond) stormde we richting de eerste bocht die ik als vierde indook. Na de Strubben stoof ik zelfs door na de derde plek. Lang niet overal kon ik voluit gaan, vooral in de Ruskenhoek en bij het uitkomen van de Bult was het glibberen en glijden. Tristan Lentink en Ernst Hagen maakte er aan de kop een mooie strijd van en verdwenen jammer genoeg langzaam maar zeker uit m’n vizier. Halverwege de wedstrijd werd ik op de Veenslang ingehaald door Sebastiaan Spek die met een enorme inhaal race bezig was. (Omdat hij te laat was voor de startprocedure moest hij noodgedwongen uit de pitsstraat starten.) Met geen mogelijkheid kon ik zijn wiel volgen en moest lijdzaam toezien hoe hij steeds verder van me wegliep. Bovendien kreeg ik steeds meer last van m’n rechterhand en pols, waarschijnlijk een nawee van de operatie aan m’n sleutelbeen. Gelukkig was het gat naar m’n achtervolgers groot genoeg om het in de laatste twee ronden iets rustiger aan te doen. Met een dikke glimlach en dik tevreden kwam ik uiteindelijk als vierde over de finishlijn. Met dit resultaat (slechts twee van de drie races gereden) sta ik nu met 26 punten op een zesde plaats in het kampioenschap.
RacingHarderwijk kan terug kijken op een geslaagde dag. Het was erg gezellig in en om pitbox nummer 12 (die ik deel met Yme-Jan Hofstee Supercup 1000). Van beide partijen waren veel familieleden, vrienden en kennissen aanwezig. Ik wil daarom iedereen bedanken voor hun support en belangstelling. De volgende race is op zaterdag 17 augustus, wederom in Assen.
De complete uitslag van de Damen Leathers SV-Cup: 1. Tristan Lentink - 16:48.539 2. Ernst Hagen + 3.459 3. Sebastiaan Spek + 11.189 4. Ramon van Dijk + 17.987 5. Niek Leeuwis + 26.231 6. Fred van Voorst + 29.879 7. Matthijs Keddeman + 30.743 8. Jolle Wind + 30.748 9. Johan Goudemond + 37.000 10. Ilja Caljouw + 37.997
RacingHarderwijk kan rekenen op de volgende sponsors: MOTO73 CRT Nedeland Damen Leathers Suzuki B.V. Nimag Pirelli Shoei Tapijthuis Harderwijk Karin Kramer Fotografie Sukses Reclame Harderwijk Hein Gericke
De eerste seizoenhelft zit erop. Op het snelle Midland-circuit van Lelystad werd de laatste wedstrijd voor de zomerstop verreden, maar hoe graag ik het ook had gewild, een podiumplaats zat er dit keer niet in. Eerlijk is eerlijk: ik kwam gewoon snelheid (en ervaring) te kort om het tempo van de top drie – in dit geval Joost den Otter, Jelle Bout en Allard Zijderveld – te kunnen bijbenen.
Het snelle baantje van Lelystad was wel een van de leukste circuits waar ik tot nu toe heb gereden, maar ook een van de meest veeleisende. Vooral de bloedsnelle linkerknik na start-finish was even slikken, zo hard ging het daar. Echt supergaaf, maar pas in de laatste ronden van de kwalificatietraining durfde ik er volgas doorheen. Het was toen al duidelijk dat de strijd om de eindzege tussen Joost den Otter en Jelle Bout zou gaan, want hun rondetijden waren ruim drie seconden sneller dan mijn snelste tijd.
Meestal bijt de Yamaha TZR50-Cup de spits af in het programma, maar dit keer was het wedstrijdprogramma volledig omgegooid, zodat wij pas als voorlaatste aan de beurt waren. Persoonlijk ben ik niet zo’n voorstander van zo’n lange wedstrijddag, maar dit keer kwam het wel goed uit, want na afloop van de laatste kwalificatietraining voelde ik me niet helemaal lekker.
In eerste instantie dacht ik dat de misselijkheid en de barstende hoofdpijn aan warmte lag, maar wellicht had ik voor de wedstrijd veel te weinig gegeten en (vooral) gedronken. Voorafgaand aan een wedstrijd krijg ik sowieso geen hap door mijn keel, maar daar had ik tot nu toe weinig last van. Fysiek mag racen dan minder zwaar zijn dan crossen, tijdens een race verlies je toch behoorlijk wat transpiratievocht. Domme beginnersfout, want een week eerder tijdens de TT van Assen zag je al die topcoureurs nog drinken terwijl ze al op de startgrid stonden. Als je pas begint te drinken als het dorstgevoel de kop opsteekt, ben je eigenlijk al te laat.
Gelukkig had ik na de kwalificatietraining nog ruim twee uur de tijd om het vochtniveau weer enigszins op peil te brengen en even een uurtje te slapen. Dat hielp, want toen ik mij begon klaar te maken voor de eerste race, was de hoofdpijn en de misselijkheid grotendeels verdwenen. Ik denk dat ik in het vervolg bij warm weer toch maar eens de “Dakartmethode” van mijn vader ga toepassen. Omdat je tijdens een woestijnrally nauwelijks aan eten en drinken toekomt, begon hij de wedstrijddag steevast met een versgebakken brood en twee liter water. Hapje brood, slokje water, tot alles op is. Het brood fungeert als een soort spons, waardoor het vochtgehalte in je lichaam langer op peil blijft. Klinkt logisch, maar twee liter water en een volledig stokbrood? Dan vrees ik dat ik als een klotsende kameel op de motor stap, haha.
Na mijn twee gemiste starts in Emmen, had ik flink geoefend om het samenspel van koppeling en gas wat beter onder de knie te krijgen. Maar blijkbaar nog niet genoeg, want ondanks een vierde kwalificatietijd, verloor ik gelijk weer twee plaatsen in de start. Die achterstand kon ik vrij snel weer goedmaken, maar zoiets kost je op een snelle baan als Lelystad toch minstens twee ronden. En tegen die tijd hadden de koplopers reeds een straatlengte voorsprong opgebouwd die onmogelijk nog kon worden gecounterd. Zelf heb ik er weinig van meegekregen, maar achteraf bleek het duel tussen Joost en Jelle een van de mooiste races van het seizoen te zijn geweest. Net als in Emmen won Joost den Otter ook nu weer beide manches, maar dit keer kreeg hij het rondenlang met een ontketende Jelle Bout aan de stok. En dat ging af en toe op haren en snaren!
De tweede manche was eigenlijk een blauwdrukje van de eerste race, met dat verschil dat ik nu wel begon in te lopen op Allard Zijderveld, die in de openingsrace de hele tijd onbedreigd op de derde plaats reed. Naar zijn achterwiel rijden ging redelijk vlotjes, maar er voorbij gaan was een ander verhaal. Ik had wel het gevoel dat het kon, maar Allard wist precies waar hij mijn aanvallen moest counteren. Wat ik ook probeerde, ik kwam er niet langs.
Op een bepaald ogenblik ging ik zo geforceerd rijden, dat ik bijna onderuit ging. Toen ik ook nog eens door een Supermotard-coureur werd gedubbeld, verloor ik meteen zoveel terrein dat de kans op een podiumplaats definitief verkeken was. Ondanks twee vierde plaatsen, was ik best tevreden over beide races. Terugkijkend op de voorbije vier races die ik in de Yamaha TZR50 Talent Cup heb meegereden.
Elke wedstrijd gaat het steeds beter, en misschien wel het allerbelangrijkste: elke wedstrijd begin ik het ook steeds leuker te vinden. Tijdens de zomervakantie ga ik wel proberen om een paar keer op een circuit te trainen, want dit wedstrijdritme moet ik zeker vast zien te houden voor de resterende races in het najaar. Mocht je mij een keer aan het werk willen zien, of wil je eventueel zelf deelnemen aan een race van de Yamaha TZR50 Talent Cup? Dat kan dit jaar nog op de volgende circuits:
De routebeschrijving en alle info over de races en reglementen is trouwens terug te vinden op de site van de Stichting Organisatie Brommer Wegraces: www.sobw.nl.