Het circuit is verpest met drempels en de asfaltstrook die er nog lag als herinnering aan de ingang naar het rennerskwartier is in opdracht van waarschijnlijk een onwetende ambtenaar verwijderd. ‘Ligt in de weg’, zal-ie hebben gedacht. De bekende kuitbochten liggen er nog altijd. Het zal wel te duur zijn om ze te verwijderen. Op zondagochtend, terwijl ik op het voetbalveld sta, hoor ik regelmatig hoe motorrijders hun renpaard loslaten op het circuit. Mooi toch. Een stukje historie dat af en toe weer tot leven komt, en tot in de wijde omgeving te horen is.
Wanneer ik dit hoor krijg ik altijd een onweerstaanbare drang om op de motor te stappen. Maar rijden op het oude circuit durf ik niet meer. Ik werd er namelijk eens door een motorrijder op een in zuurstokkleuren gespoten Pan European van de weg gehaald. Die bracht me naar een verzamelplek voor ‘snelheidsduivels’, zoals ze dat bij SBS6 onder auspiciën van Koos Spee zo mooi omschrijven. De behandelende agente gaf me te kennen dat ik 53 km/h te hard had gereden, en na de gebruikelijke snelheidscorrectie mocht ik m’n rijbewijs houden. “U krijgt vanzelf bericht thuis. Reken op een flinke boete”, zei ze, op een toon die het meest deed denken aan een brugklasser die z’n eerste spreekbeurt houdt; zonder enige klemtoon, stemverheffing of emotie. Ja-ja, mensen confronteren met hun gedrag in het verkeer, niets daarvan. Gewoon cashen.
Je wordt zelfs afgewerkt in drie schijven: de stagiair met de lasergun verstopt in het huis in aanbouw, de matennaaier op de Honda en de caissière op de afwerkplek. Die afwerkplek was gesitueerd achter het kunstwerk dat de inwoners van Tubbergen moet laten terugdenken aan die tijden van weleer. Een kunstwerk van uit metaal gesneden motorrijders, die rond een rotonde rijden. In de verkeerde richting nota bene… Ach ja, gevoel voor dramatiek en ironie hebben ze, daar bij de Tubberger hermandad. Ik bekeek m’n in ontvangst genomen gele briefje en bedacht me hoe de grote Witte Reus zich gevoeld zou hebben als hij met mijn snelheid dezelfde bocht uitgekomen zou zijn.
Héél knullig waarschijnlijk. De toeschouwers zouden denken dat Hartog motorpech had. Of een lekke band… Ach ja, qua prestaties zal ik Dé Reus nooit meer evenaren. Wel heb ik het circuitrijden ontdekt. Tijdens de Zeelenberg Speedweek op Almería en de KNMV Wegracecursus op Assen reed ik op een R6. Niet de grootste motor, en ik lijk er wel een reus op. ‘Il gigante!’, riep een Aprilia-monteur naar me, nadat ik op de minimalistische RSV4 Factory de pitbox op Misano binnen kwam rijden. Hij uitte deze kreet helaas niet op basis van m’n rondetijd maar op basis van m’n Nederlandse postuur dat nou eenmaal aan alle kanten uitsteekt op een sportfiets.
Qua kleding steek ik me tegenwoordig dan ook in een spierwitte overall. Je moet toch iets, om je de Witte Reus te mogen wanen…
Eddie
Foto: ANP
|